Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

discours - (betoog)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

discours zn. ‘betoog’
Vnnl. wijtlopich discours ‘wijdlopig onderhoud’ [1578; WNT wijdloopig], discoursen (mv.) ‘betogen, redeneringen’ [1643-44; WNT].
Ontleend aan Frans discours ‘gesprek, betoog, onderhoud’ [1503; Rey] < Latijn discursus ‘het uitvoerig spreken over iets’, eerder al ‘het uit elkaar lopen’, een afleiding bij het werkwoord discurrere ‘uiteengaan, zich verspreiden’, gevormd uit → dis- ‘uiteen’ en currere ‘lopen, rennen’, zie → coureur.

EWN: discours zn. 'betoog' (1578)
ANTEDATERING: in dit mijn Discours 'in deze uiteenzetting van mij' [1564; De Perussis, L2v]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

discours [gesprek] {1578} < frans discours < latijn discursus [het ronddraven, heen en weer lopen, in laat-lat. ook betoog, discussie], van discurrere [naar verschillende kanten lopen, uiteen lopen], van dis- [uiteen] + currere [rennen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

discours znw. o. < fra. discours < lat. discursus.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

discours znw. onz. In het Nnl. ontleend uit fr. discours in een bet., die nu in het Fr. verouderd is.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

diskoers s.nw.
1. Gesprek, geselsery. 2. Toespraak, redevoering.
Uit Ndl. discours (1578 in bet. 1, 1644 - 1645 in bet. 2).
Ndl. discours uit Fr. discours uit Latyn discursus 'heen en weer loop', in Laat-Latyn ook 'diskussie, betoog', van discurrere 'na verskillende kante loop, uiteenloop', 'n afleiding met dis- 'uiteen' van currere 'hardloop', so genoem omdat gedagtes tydens 'n gesprek heen en weer oorgedra word of omdat uiteenlopende gedagtes tydens 'n redenasie gewissel word.
Eng. discourse (ongeveer 1374 in bet. 1, 1581 in bet. 2), It. discorso, Port. discurso, Sp. discurso.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

discours (Frans discours)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

discours ‘gesprek’ -> Papiaments † deeskoers ‘preek’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

discours gesprek 1578 [WNT wijdloopig] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut