Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

disco - (discotheek)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

discotheek zn. ‘verzameling grammofoonplaten; dansgelegenheid’
Nnl. discotheek ‘verzameling klankopnamen’ [1932; WNT Aanv., cartotheek], daarna ook ‘plaats waar een verzameling grammofoonplaten is opgesteld’ [1966; WNT Aanv.] en ‘gelegenheid waar men discomuziek speelt’ [1968; WNT Aanv.], eerder synoniem discobar [1961; WNT Aanv.].
Ontleend aan Frans discothèque zn. ‘grammofoonplatenverzameling’ [1928; Rey], later ‘nachtclub waar gedanst werd op grammofoonplatenmuziek’ [1958; TLF]. Het eerste deel disco is ontleend aan Latijn discus ‘(werp)schijf, schotel’ van Grieks dískos ‘(werp)schijf’, zie → discus; het tweede deel komt van Grieks thḗkē ‘bewaarplaats’ (zie → apotheek); het hele woord is gevormd naar analogie van woorden als bibliothèque, zie → bibliotheek.
disco zn. ‘discotheek (dansgelegenheid)’. Nnl. disco ‘id.’ [1979; Reinsma 1984]. Verkorting van discotheek, wellicht onder invloed van de oudere verkorting Amerikaans-Engels disco [1964] ‘soort popmuziek, die in discotheken wordt gespeeld’.

EWN: discotheek zn. 'verzameling grammofoonplaten; dansgelegenheid' (1932)
ANTEDATERING: staats-discotheek 'grammofoonplatenverzameling van de staat' (met de stemmen van verdienstelijke Italianen) [1928; NRC 18/10]
EWN: ♦ disco zn. 'discotheek (dansgelegenheid)' (1979)
ANTEDATERING: eerst: disco 'dansen op grammofoonmuziek' in: iedere zaterdagavond disco [1969; Limburgsch dagblad (KB) 6/9]
Later: disco 'dansgelegenheid' in: als je naar de disco gaat [1978; Het vrije volk (KB) 19/12] (EWN: 1979)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

disco [discotheek] {1979} < engels disco, verkorting van discotheque < frans discothèque [idem], gevormd naar analogie van bibliothèque (vgl. discotheek).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

disko s.nw.
Dansplek.
Uit Amer.Eng. disco (1964).
Amer.Eng. disco is 'n verkorting van Eng. discotheque (1951), met lg. uit Fr. discothèque, gevorm na analogie van bibliothèque.

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

disco zn. Ontleend aan het Engels.
[muziek] = discotheek. Ik heb je voor het eerst ontmoet, daar in die discotheek.

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

vertrutting [het onaantrekkelijk, saai, vervelend worden] (1979). Het Winkler Prins Boek van het jaar vermeldt behalve vertrutting de volgende nieuwe woorden uit de tweede helft van de jaren zeventig: afromen, afronden, aftoppen, afslanken, arbeidsplaatsenovereenkomst, assertief, assertiviteit, audiorack, audiotoren, bedrijfsdoorlichting, bespreekbaar, chip, crisiscentrum, deeltijds, disco, dissident, duobanen, educatief verlof, geluidswal, gouden handdruk, horizonvervuiling, illegalen, inhuren, inleveren, inschatten, inseinen, inverdienen, joggen, joggingpak, laadkist, loonpauze, mediatheek, minlijn, nuloptie, opschonen, prijscompensatie, satelliet-tv, seksisme, sluiproute, spookrijder, sprinter, stereotoren, surfplank, teletekst, trendvolger, vervroegde uittreding (vut), vrouwenhuis, windsurfen en zelfdoding.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

disco discotheek 1979 [R84] <Engels

disco popmuziek met veel herhalingen 1982 [R84] <Engels

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

disco, muziek met een stevig basritme en een eenvoudige melodie. Populair in discotheken sinds eind jaren zeventig. De grote doorbraak kwam met John Travolta en de release van de film Saturday Night Fever. De variant van de jaren negentig is dance*.

Het verschijnsel disco heeft zich vanuit Frankrijk en Amerika, waar het in homoseksuele kringen ontstaan is, over de rest van de wereld verspreid. (Popmuziek. Het geluid van jongeren, 1986)
Sinds 1975 is ‘disco’ de nieuwe variant op de realiteit (economische crisis) ontvluchtende popmuziek vergezeld van een dito levensstijl waartoe, geheel in tegenstelling van de jeans met T-shirtpeople, verkleedpartijen voor het dansfeest in het weekend horen. (Fenomenen van de jeugdcultuur, meerdere auteurs, 1989)
de speciale kleding die gedragen wordt door discotheekbezoekers.
Ik draag vaak kleding van m’n vader en dat vinden ze maar duf. Nou, ik denk altijd laat ze maar kletsen ik loop liever zo dan disco. (Achterwerk in de kast, 1981)

jongere die vaak een discotheek bezoekt en zich daarbij speciaal kleedt.

Om de houding van een disco te onderstrepen drukt één van de aanwezigen zijn leren riem met twee duimen naar beneden, tot vlak boven zijn schaamhaar. (Vrij Nederland, 30/08/86)
Er zijn geen hoge muren meer, zoals tussen de hippies en de disco’s. (Elsevier, 05/03/97)

Winkler Prins Boek van het jaar (1958-1980), Amsterdam / Brussel (lemma ‘Nieuwe woorden in onze taal’)

disco (1980)
Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

disco (Engels disco)
disco- (Engels disco-)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

disco ‘discotheek, dansgelegenheid’ -> Indonesisch disko ‘discotheek, dansgelegenheid’ (uit Nederlands of Engels).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal