Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

discipline - (tucht)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

discipline zn. ‘tucht’
Mnl. discipline, disciplijn zn. ‘leer, tucht, tuchtiging’, disciplinen (mv.) [1265-70; CG II, Lut.K]; vnnl. discipline ‘tak van wetenschap, leer’ [1555; WNT], disceplyn ‘zelfkastijding (in kloosters)’ [1557; WNT], discipline ‘tucht, orde’ [1570; WNT tucht].
Discipline in de betekenis van ‘tucht, orde, tak van wetenschap, leer’ is ontleend aan klassiek Latijn disciplīna ‘onderwijs, wetenschap, tucht, grondbeginselen’; discipline in de betekenis van ‘tuchtiging, zelfkastijding, geselkoord’, is via het Frans discipline [1080; Rey] ontleend aan christelijk Latijn disceplina ‘tuchtiging’ [9e eeuw], dat weer teruggaat op het klassiek-Latijnse disciplīna ‘kennis, wetenschap, leer; opvoeding, tucht’, een afleiding van → discipel.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

discipline [tucht] {1265-1270} < frans discipline < latijn disciplina, discipulina [leer, onderricht, gewoonte, me. lat. ook tucht, straf], van discipulus [leerling] (vgl. discipel).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

dissipline s.nw.
1. Gehoorsaamheid aan gesag, ordelike gedrag. 2. Tug. 3. Onderdeel van 'n bepaalde wetenskap.
In bet. 1 en 2 uit Ndl. discipline (al Mnl.). In bet. 3 uit Eng. discipline (ongeveer 1386).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

discipline ‘tucht’ (Frans discipline); ‘vak’ (Engels discipline)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

discipline ‘tucht’ -> Indonesisch disiplin ‘tucht’; Boeginees disipelîng ‘tucht’; Jakartaans-Maleis disiplin ‘tucht’; Menadonees disiplin ‘tucht’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

discipline tucht 1265-1270 [CG Lut.K] <Frans

discipline vak 1961 [GVD] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut