Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

directeur - (leider van een onderneming, instelling)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

directeur zn. ‘leider van een onderneming, instelling’
Vnnl. directeur “een rechter oft beweghere” [1577; Werve], directeur ‘leidinggevende, hoofd’ [1617; WNT vice-].
Ontleend aan Frans directeur ‘leider, bestuurder’ [1444; Rey] < middeleeuws Latijn director ‘hij die stuurt, leidt’, nomen agentis bij Latijn dīrigere ‘recht maken, sturen’, zie → dirigeren; zie ook → direct.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

directeur [hoogste bestuurder] {1631} < frans directeur < middeleeuws latijn director [bestuurder, hoofd], van dirigere (verl. deelw. directum, vgl. dirigeren, dirigent).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

directeur’ (de, -s, -en), (i.h.b.:) bedrijfsleider op een plantage* (A.1), werkende (a) in opdracht van een agent (vroeger administrateur* geheten) en evenals deze in loondienst bij de buitenlands wonende eigenaar, of (b) in opdracht van de eigenaar die meestal in Paramaribo woont. a: Of ik bereid was de directie van de plantage* Berlijn te aanvaarden, omdat de bejaarde directeur met pensioen zou gaan. Berlijn was het persoonlijk eigendom van de Directeur President van de N.H.M. en werd beheerd door de Agent hier te lande (Waller 20). b: De Bewoonder van de Plantagien* zijn Europianen uit verscheide Natien bestaande; de Eigenaar, als die op een Plantagie woond, word een Planter genoemt, maar als deze geen zin daar meer toe heeft om op dezelve te wonen, zo gaat hij in Paramaribo of int Vaderland zijn verblijf nemen, en stelt een Opzigter overt zelve, die het Plantagie leven wel verstaat, welke men Directeur noemt, op deze moet hij alles laten staan: Maar die wat gemakkelijker vallen nemen wel een Directeur bij haar () (Herlein 1718: 85). - Etym.: Oudste vindpl. van a: Blom 1786; van b: regl. van 1695 (S&dS 209). - Zie ook: absenteïsme*.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

directeur (Frans directeur)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

directeur ‘hoogste bestuurder’ -> Indonesisch diréktur ‘hoogste bestuurder’; Javaans dhirèktur ‘hoogste bestuurder’; Madoerees dhirektūr, dhārektūr ‘hoogste bestuurder (van bedrijf)’; Menadonees dirèktur ‘hoogste bestuurder’; Papiaments dirèktùr ‘hoogste baas’; Sranantongo driktoro (ouder: dikketoro, driektoro) ‘hoogste bestuurder’; Saramakkaans dikitóo ‘hoogste bestuurder’ ; Surinaams-Javaans dirèktir, dirèktur ‘hoogste bestuurder (ook van plantage)’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

directeur hoogste bestuurder 1618 [Courante uyt Italien, 15 okt. 1a] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut