Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dinosaurus - (voorwereldlijk monster)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

dinosaurus zn. ‘voorwereldlijk monster’
Nnl. Dinosauriërs “reusachtige reptiliën” [1892; WNT tuf I], dinosauria ‘eene orde van voorwereldlijke dieren, welke minstens de grootte moeten hebben gehad van olifanten’ [1912; Kuipers], dinosaurus ‘groot uitgestorven reptiel’ [1916; WNT zoölogie], ‘iemand met verouderde ideeën’ [1987; Coster 1999].
Ontleend aan Neolatijn dinosaurus. In 1841 bedacht de Engelse paleontoloog R. Owen het neologisme dinosauria, gevormd op grond van Grieks deinós ‘verschrikkelijk’ en het toen reeds bestaande neologisme (mv.) sauria, saurii ‘hagedissen’. Deze laatste vormen waren door de Franse geoloog A. Brongniart als nieuwe meervoudsvormen gemaakt bij Latijn saura, saurus ‘hagedis’ < Grieks saũros, saúrā ‘hagedis’, een woord van onbekende herkomst. Uit de vorm dinosauria werd in het Nederlands een nieuwe enkelvoudsvorm dinosauriër afgeleid (mogelijk onder invloed van Duits (Dino)saurier), terwijl de vorm dinosaurus teruggaat op het Latijnse enkelvoud saurus.
Met name door het verschijnen van de speelfilm Jurassic Park (1993) is de Amerikaans-Engelse afkorting dino van Engels dinosaur in het Nederlands ontleend en populair geworden [1993; Coster 1999].

EWN: dinosaurus zn. 'voorwereldlijk monster' (1892)
ANTEDATERING: de groep der Dinosauriers [1856; Harting, 194]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

dinosaurus [uitgestorven reptielensoort] {dinosauriër 1892} gevormd van grieks deinos [geducht, geweldig, vreselijk] + sauros [hagedis] met een lat. uitgang.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

dinosaurus s.nw. Ook dinosourus.
Enigeen van 'n groep uitgestorwe reuse-reptiele.
Uit Ndl. dinosaurus (1892).
Ndl. dinosaurus is 'n samestelling van Grieks dino 'geweldig, vreeslik, gedug' en sauros 'akkedis, geitjie', geskep deur die paleontoloog, R. Owen (1804 - 1892).
D. Dinosaurier (19de eeu), Eng. dinosaur, Fr. dinosaure.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

dinosaurus (van Grieks deinos + sauros)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

dinosaurus ‘voorhistorische hagedis’ -> Indonesisch dinosaurus ‘voorhistorische hagedis’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

dinosaurus voorhistorische hagedis 1892 [WNT tuf I]

dinosaurus iemand van de oude stempel 1987 [De Coster 1999] <Engels

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

dinosaurus, iemand van de oude stempel; persoon met als verouderd beschouwde denkbeelden; ouwe rot in het vak. Vaak pejoratief.

Genesis: het voortbestaan van een muzikale dinosaurus. (Oor, 02/05/87)
Door bijna een etmaal lang alles te zien wat nog leefde en beweerde rock te spelen kon je zien wie echt iets waard was en wie te licht woog of tot Dinosaurus was verworden. (Humo, 14/05/87)
Natuurlijk, het waren orthodoxe communisten, dinosaurussen, die terug wilden naar het stenen tijdperk van het communisme. (De Volkskrant, 21/03/92)
‘De steentijd van de dinosaurussen Mitsotakis en Papandreou is voorbij,’ roept hij op alle dorps- en stadspleinen die hij handenschuddend aandoet. (Elsevier, 09/10/93)
Mobutu was Zaïre, en nu hij ziek en afwezig is valt het uiteen. Portret van een ‘dinosaurus’ en het land dat hij ontredderd achterliet. (HP/De Tijd, 08/11/96)
Eind maart kwam er een ‘fotofinish’ aan te pas om te weten wie van de twee, de jonge ster of de dinosaurus, het duel had gewonnen. (DS Magazine, 27/12/96)
Bij de huidige roep om christendemocratische partijvernieuwing geldt het oudgediende Tweede-Kamerlid Ad Lansink (62) als de dinosaurus van het CDA. (Nieuwe Revu, 26/03/97)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut