Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dimensie - (afmeting in tijd en ruimte; aspect)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

dimensie zn. ‘afmeting in tijd en ruimte; aspect’
Vnnl. dimensie ‘afmeting’ [1650; Meijer]; nnl. dimensie ‘aspect’ [1947; WNT Aanv.].
Ontleend aan Frans dimension [ca. 1372; Rey] of eerder rechtstreeks aan Latijn dīmēnsiō ‘afmeting, het meten’, een afleiding van het werkwoord dīmetīri ‘meten, opmeten, uitmeten’, gevormd uit → dis- ‘uit, vaneen’ en het werkwoord metīri ‘meten’; de herkomst van de -n- in Latijn dīmēnsiō is onduidelijk.
In eerste instantie een term uit de meetkunde/wiskunde, waarmee lengte, hoogte en breedte/diepte werden aangeduid. De vierde dimensie [ca. 1900; WNT], de tijd als grootheid naast de vanouds bekende drie dimensies, werd aanvankelijk erg mysterieus gevonden en kon daarom ook de onzichtbare, spirituele wereld aanduiden. Zo kreeg de wereld een geheel ander aspect: er werd een nieuwe dimensie aan toegevoegd. In de betekenis ‘aspect’ verbindt het woord zich vooral met bn. als nieuw, ander, extra.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

dimensie [afmeting] {1650} < frans dimension < latijn dimensionem, 4e nv. van dimensio [idem], van dimetiri (verl. deelw. dimensum) [afmeten], van dis- [uiteen] + metiri [meten].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

dimensie s.nw.
1. Afmeting. 2. Grootte, omvang.
Uit Ndl. dimensie (1650 in bet. 1, 1857 in bet. 2).
Ndl. dimensie uit Fr. dimension uit Latyn dimensionem, dimensio 'afmeting', met lg. van dimetiri, dimensum 'afmeet', 'n afleiding met dis- 'uiteen' van metiri 'meet'.
D. Dimension (16de eeu), Eng. dimension (1413), It. dimensione, Port. dimensão, Sp. dimensión.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

dimensie ‘afmeting’ (Frans dimension); ‘aspect’ (Engels dimension)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Dimensie (Lat. diménsio = afmeting; Lat. dimetíri = uitmeten, afmeten; < → dis-, + metíri = meten). Afmeting; soort van een grootheid.

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Dimensie (< Lat. dimensio = afmeting; < dimetiri = meten).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

dimensie ‘afmeting’ -> Indonesisch diménsi ‘afmeting’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

dimensie afmeting 1650 [MEY] <Frans

dimensie aspect 1947 [Aanv WNT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut