Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

diepte - (diepe plek)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

diepte zn. ‘diepe plek’
Onl. (datief mv.) diopithon ‘diepten’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. die lencde ende die breide, di hogde ende die dipde ‘de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte’ [1290-1310; MNW-P], de diepte der zee [1348; MNW-P].
Een afleiding bij het bn.diep. In de oudste taalfasen werd een dergelijk abstractum bij een bn. afgeleid met een achtervoegsel -īn, zoals in onl. diupi ‘diepte’ [10e eeuw; W.Ps.]. Daarnaast bestonden er vormen met het achtervoegsel -iþō/-idō met dezelfde betekenis, bijv. onl. cuolitha ‘koelte’ [10e eeuw; W.Ps.]. In het Oud- en Middelnederlands stonden beide vormen naast elkaar: mnl. die diepe ‘de diepte’ [1285; CG II, Rijmb.]. De vorm met -th-/-d- was echter duidelijker en kreeg daardoor de overhand.
Os. diupitha (mnd. dēpede); me. depthe (ne. depth); got. diupiþa ‘diepte’ < pgm. *diupiþō-.
Na stemloze medeklinkers als -p- ontstond de vorm met -te, die de vormen met -de verdrong. Later werd de uitgang -te ook gebruikt na stemhebbende medeklinkers, bijv. in → hoogte.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

diepte znw. v. mnd. dēpede, os. diupitha, me. depthe, on. dypt, got. diupiþa < germ. *deupiþō, staat naast het abstractum germ. *deupī in mnl. diepe, onfrank. diupi, os. diupī, ohd. tiufī, oe. diepe, beide afgeleid van diep.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

diepte znw. Afl. van diep I. De znww. diepte en mnl. diepe, onfr. diupi v. zijn allebei alg.-germ., vgl. bijv. got. diupiþa v., diupei v. Voor nnl. -te vgl. -de II; ie voor û (< iu) naar diep I.

Thematische woordenboeken

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

Uit (de) diepten, vanuit het dieptepunt van iemands ellende.

De profundis -- uit de diepten, zo luiden de eerste woorden van de bekende boetpsalm, Psalmen 130:1-2: 'Uit de diepte roep ik tot u, HEER, Heer, hoor mijn stem' (NBV) Ook de berijmde versie hoort men wel: Uit diepten van ellende. Als eerste citeren we uit de oudst bekende versificatie van de psalm, in een handschrift uit de tweede helft van de veertiende eeuw. Als latijnse naam voor de psalm is de profundis niet algemeen bekend, al treffen we haar aan in een gedicht van H. Andreus, in een treffende tegenstelling tot de hoge stemmen die de regels zingen: 'Ik heb twintig kastraten geëngageerd / die het de profundis zingen' (H. Andreus, Verzamelde gedichten, 1983 (Ik profileer je, 1953), p. 99).

Van diepen, heere uut mire herten / Riepic. (Hs. KNAW Amsterdam nr. XXXVI, in S.J. Lenselink, De profundis, 1991)
Liesveldtbijbel (1548), Psalmen 130:1. Wt der dyepten, roepe ic HEERE tot v.
Hoe kon ze ooit gedacht hebben dat het mij toen goed ging? Ook zonder brief had ze het moeten begrijpen, maar met brief, uit de diepten geschreven, hoe was dat mogelijk? (R. Rubinstein, Niets te verliezen en toch bang, 1990 (1978), p. 98)
Het illustreert de wederopstanding van de Haagse aannemer, die uit de diepten van dreigend faillisement en mogelijke fraude omhoog is geklauterd naar wat misschien nog niet de penthouse maar wel de belle etage van de bouwwereld mag heten. (NRC, apr. 1994)
[In de bespreking van een cd met gospels:] Uit dieptes van armoe en ongeletterdheid komt het krijsende en aangrijpende kerkhoflied Burying Ground. (Volkskrant Magazine, 16-10-1999, p. 41)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

diepte ‘de afmeting diep, het diep zijn’ -> Negerhollands diepte ‘de afmeting diep, het diep zijn’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

diepte* de afmeting diep, het diep-zijn 1301-1400 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut