Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dienstbode - (dienstmeisje)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bode zn. ‘boodschapper’
Onl. bodon (mv.) ‘boodschappers, gezanten’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. boden (mv.) ‘boodschappers’ [1200; CG II, Servas], bode ‘gerechtsbode’ [1230; CG I, 18], ‘bediende’ [1285; CG II, Rijmb.], vnnl. bode, boede, boeye ‘loper, vaste bode’ [1611; WNT].
Bode behoort als nultrap bij de wortel van → bieden, een werkwoord met als grondbetekenis ‘laten weten, aanzeggen’.
Os. bodo; ohd. boto (nhd. Bote); ofri. boda (nfri. boade ‘boodschapper; boodschap, bericht’); oe. boda (ne. bode (ww.) ‘voorspellen’); on. boði; < pgm. *budan- ‘bode’.
De overgang van de intervocalische d naar /j/ leidde tot vormen als booi, booien, die met name in de betekenis ‘huisbediende(n)’ zeer algemeen werden: booijen ‘huispersoneel, dienstmeiden’ [1769; WNT naloopen], booy ‘knecht, meid’ [1784-85; WNT baas], booi ‘bode van het gemeentehuis’ [1925; WNT schouw III]. Dat bleven ze totdat in de tweede helft van de 20e eeuw het verschijnsel van huispersoneel vrijwel verdwijnt.
dienstbode zn. ‘huisbediende, dienstmeisje’. Vnnl. dienstbode ‘vrouwelijke bediende’ [1530; WNT]. Samenstelling met → dienst.
Lit.: K. Stallaert (1885) Het keurboek der stad Diest, Gent, 33

EWN: ♦ dienstbode zn. 'huisbediende, dienstmeisje' (1530)
ANTEDATERING: mnl. dienstbaden ... knecht of megeden 'huisbedienden ... knecht of meisjes' [1434-36; MNW-P]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut