Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dieken - (graven; onderzoeken)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

dieken (diekte, heeft gediekt), 1. graven. Ze dieken een gat, dan zetten* ze hun ontlasting erin (Doelwijt 1971: 37). - 2. (ook fig.) op onderzoek uitgaan. De twee vrienden lopen nu langs de kathedraal en zien de gevreesde frater naar binnen gaan. - Hé Ramon, die man is net naar binnen gegaan, zeker gaat hij op het schoolerf* dieken, voorlopig zal hij daar wel blijven (van Mulier 1972: 47). - 3. geslachtsgemeenschap hebben (met). - Etym.: Vgl. S diki, E to dig = 1 en 2. - Syn. van 3 baksen* (2); zie aldaar voor andere syn. Van 2 ook gediek (Rappa 1984: 102).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut