Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

diefstal - (het stelen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

diefstal zn. ‘het stelen’
Mnl. diefstal ‘het stelen’ [1464; MNW willecore]; vnnl. diefstal [1562; Sijs 2001].
Ontleend aan Middelhoogduits diepstale ‘diefstal’ (Nieuwhoogduits Diebstahl), een van oorsprong tautologische samenstelling van mhd. diep ‘dief’, zie → dief, en stale < ohd. stāla ‘diefstal’, een ablautende vorm bij het werkwoord → stelen. Dit woord verdrong de oudere afleiding mnl. diefte [1285; CG II, Rijmb.], die thans nog in sommige dialecten voorkomt.
Met mnl. diefte corresponderen mnd. dēfte; oe. þiefð (ne. theft); on. þýfð; < pgm. *þeubiþ- ‘diefstal’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

diefstal [daad van stelen] {dieftale [idem] 1562} < middelhoogduits diepstale (hoogduits Diebstahl), waarvan het tweede lid oudhoogduits stala, oudengels stalu [het stelen].

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

diefstal

Het woord dief betekent eigenlijk: hij die heimelijk iets verricht en vandaar: hij die zich andermans bezit toeëigent. Het zelfstandig naamwoord dat de handeling van dit zich toeëigenen uitdrukt, was oorspronkelijk diefte. Dit is in de 17e eeuw bij schrijvers als Vondel en Hooft nog het gewone woord, waaraan nog het Engelse theft beantwoordt. Langzamerhand is evenwel het goede Nederlandse dief te verdrongen door diefstal, het Duitse Diebstal, eigenlijk een dubbel woord of bis-woord, want het tweede deel is natuurlijk verwant met het werkwoord stelen, stal, gestolen en het woord diefstal drukt het begrip ontvreemding dus dubbel uit. Diefstal heeft diefte volkomen verdrongen en wordt in het geheel niet meer als een germanisme beschouwd.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

diefstal znw. m. eerst bij Kiliaen (oudste plaats 1647!) < mhd. diepstāle (ne. diebstahl), waarvan het 2de lid stāle, ohd. stāla zelf reeds ‘het stelen’ betekent (vgl. ook on. þjōfstolinn).

Mnl. diefte (nog in Zuidndl. dialecten) is mnd. dēfte, naast ouder dūvede, ofri. thiuvethe, oe. ðiefð (ne. theft), on. þyfð, þyft (< germ. *þeuƀiþō).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

diefstal znw., sedert Kil. Oorspr. een germanisme, vgl. mhd. diepstâle v. (nhd. diebstahl m.), welks 2e lid = ohd. stâla v. “diefstal”, znw. bij stelen; vgl. on. þjôfstolinn “gestolen”. Zie dief. Het Mnl. en het zuidelijke Nnl. hebben diefte v.; = mnd. dêfte, naast ouder dûvede = ofri. thiûvethe, ags. ðiefð (eng. theft), on. þŷfð, þŷft v. Daarnaast ohd. diuba v. In het Mhd. is dieberîe v. opgekomen (nhd. dieberei), evenzoo mnd. dêverîe (dûverîe), mnl. dieverîe, ofri. dêverîe v.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

diefstal m., het tweede lid vertoont denz. stam als ’t imp. van stelen, volgens Ohd. stâla dien van ’t meerv., volgens Ags. stălu dien van ’t enkelv.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

diefstal (Duits Diebstahl)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Diefstal is een dubbelvorm, immers stal komt van stelen en zegt ’t zelfde als dief. ’t Woord dief schijnt op heimelijk te duiden, in ’t Got. althans was dief: thiubi en heimelijk: thiubja. ’t Woord dief is alleen tot de Germ. talen beperkt; misschien is ’t afgeleid van den Idg. wt. dup: ineengedoken zijn (om zich te verbergen).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

diefstal daad van stelen 1562 [Deux-aes bijbel] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut