Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dictionaire - (woordenboek)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

dictionaire zn. ‘woordenboek’
Vnnl. Dictionaire “een boeck in dwelcke de woorden tesamen gelesen ende verklaert worden” [1552; Claes 1972], Dictionaris “woord-boeck” [1650; Hofman]; nnl. dictionaire ‘woordenboek’ [1758; WNT warvogel], dictionaires ‘vreemde-talenwoordenboeken’ [1785; WNT hoogduitsch].
Ontleend aan Frans dictionnaire ‘woordenboek’ [1501; Rey] < Latijn dictiōnārium, gevormd uit dictio, genitief dictiōnis ‘zegswijze, het spreken’ (afgeleid van Latijn dīcere, zie → aantijgen) en het achtervoegsel -ārium ‘betrekking hebbende op’.
Latijn dictionarium [1511; Claes 1972] en de vernederlandsing dictionaris (gevormd naar analogie van woorden als notaris, secretaris) waren tot ver in de 17e eeuw de gewone aanduidingen voor een Woord(en)-Boeck.
Dictionaire werd oorspr. voor allerlei soorten woordenboeken gebruikt. Tegenwoordig is een dictionaire meestal een vertaalwoordenboek, maar het wordt ook wel gebruikt voor woordenboeken van vaktermen.
In het BN wordt dictionaire weinig gebruikt, hoewel het in alle dialecten springlevend is.
Lit.: F. Claes s.j. (1972) ‘Nederlandse Benamingen van Woordenlijsten en Woordenboeken tot 1600’, in: TNTL 88, 32-41; M. Philippa (1993) ‘De etymologie van ’Woordenboek'', in: Trefwoord 5, 11-13

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

dictionaire [woordenboek] {1758} < frans dictionnaire < middeleeuws latijn dictionarium [woordenboek], van latijn dictio (2e nv. dictionis) [het spreken, woord], van dicere (verl. deelw. dictum) [zeggen] + -arius, achtervoegsel dat beroep aangeeft, dus eig. ‘woordenman’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

dictionair (zn.) woordenboek; Nuinederlands dictionair <1552> < Frans dictionnaire.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

dictionaire woordenboek 1758 [Kramer, Het Koninglyk Neder-Hoog-Duitsch Dictionnaire] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut