Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

diarree - (buikloop)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

diarree zn. ‘buikloop’
Nnl. diarrhoea ‘buikloop’ [na 1624; WNT rheumatisme], ‘id.’ [1663; Meijer], diarrhée [1783; WNT].
Al dan niet via Frans diarrhée ‘buikloop’ [1568; Rey], ouder diarrie [1372; Rey], ontleend aan medisch middeleeuws Latijn diarrhoea < Grieks diárrhoia ‘buikloop’, gevormd uit → dia- ‘door-’ en een afleiding bij rheĩn ‘stromen’ (verwant met → stromen), dus letterlijk ‘doorstroming’.

EWN: diarree zn. 'buikloop' (na 1624*)
ANTEDATERING: mnl. dyaria 'soort buikloop' [1351; MNW-P, Liber Magistri Avicenne]
{* De oudste datering in het EWN moet zijn 1624, en niet: na 1624.}
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

diarree [buikloop] {1783} < frans diarrhée < latijn diarrhoea < grieks diarroia [buikloop], van diarreō [ik stroom door, ik ben lek, ik vloei weg], van dia [door] + reō [ik vloei].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

diarrhee znw. v., eerst in de 18de eeuw, evenals nhd. diarrhee (1711) < lat. diarrhoea < gr. diárrhoia van het ww. diarrheĩn ‘doorstromen’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

diarrhee znw. Nog niet bij Kil. Evenals ouder-nhd. diarrhée (1711) uit fr. diarrhée > gr.-lat. diarrhoea (> nhd. diarrhöe v.).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

diarree s.nw.
Siektetoestand gekenmerk deur vloeibaarheid van die ontlasting.
Uit Ndl. diarree (1783).
Ndl. diarree uit Fr. diarrhée uit Latyn diarrhoea uit Grieks diarroia 'diarree', 'n afleiding van diarreō 'ek stroom deur, ek lek, ek vloei weg', met lg. 'n samestelling van dia 'deur' en reō 'ek vloei'.
D. Diarrhöe (18de eeu), Eng. diarrhoea (1398).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

diarree: bep. vorme v. buikloop; Ndl. diarr(h)ee (nog nie by Kil nie en blb. eers sedert 18e eeu bek.), soos Hd. diarrhöe, uit Fr. diarrhée uit Gr.-Lat. diarrhoea (dia-, “deur”, + (h)rein, “vloei”).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

diarree (Frans diarrhée)

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

diarree. In Het verdriet van België [1983] van Hugo Claus komt de verwensing krijg de diarree! voor. Als men aan iemand een vreselijke hekel heeft, ontstemd is over diens gedrag, gebruikt men deze verwensing. De betekenis ervan moet men natuurlijk niet letterlijk nemen. ‘Ik ben niet meer in je geïnteresseerd, vlieg op’ e.d. zijn eerder de betekenismomenten die erdoor uitgedrukt worden. → chips, defeceren, racekak, schijterij, slingerschijt, spijkerdiarree.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

diarree ‘buikloop’ -> Indonesisch diaré ‘buikloop’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

diarree buikloop 1624 [WNT rheumatisme] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut