Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

diabetes - (suikerziekte, diabetes mellitus)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

diabetes zn. ‘suikerziekte, diabetes mellitus
Mnl. van diabeten ‘van overmatige afscheiding van urine’ [1351; MNW-P]; vnnl. De oorsaecke van diabetes ‘de oorzaak van urinevloed’ [1604; MNW zestig]; nnl. Diabetes of Pis vloeijing [1778; WNT pis]; nnl. diabetes ‘suikerziekte’ [1847; Kramers].
Internationale medische term, verkorting van middeleeuws Latijn diabetes mellitus ‘zoete urinevloed’ < Grieks diabḗtēs ‘urinevloed, doorloop’, de naam die de Griekse geneesheer Galenus (130-ca.210) gaf aan overmatige afscheiding van urine; Het is een afleiding van het werkwoord diabaínein ‘doorlopen, doorheen gaan’, gevormd uit → dia- ‘door’ en baínein ‘gaan’, verwant met → komen. Het tweede deel van de volledige medische benaming gaat terug op Latijn mellītus ‘zoet’, bij het zn. mel ‘honing’.
Overmatige urineafscheiding, met een hoog gehalte aan glucose, is een der kenmerken van suikerziekte.
diabeet zn. ‘lijder aan diabetes’. Nnl. diabetici (mv.) [1920; WNT suiker], diabeten (mv.) [1958; WNT Aanv.]. In het Nederlands ontstane verkorting van de internationale term diabeticus ‘lijder aan suikerziekte’, afleiding van diabetes.

EWN: ♦ diabeet zn. 'lijder aan diabetes' (1920)
ANTEDATERING: de urine eens diabeticus [1840; Chemisch-pharmaceutisch archief, 62]
Later: deze wijn wordt in Duitschland algemeen voor Diabeten voorgeschreven [1895; De Maasbode (KB) 28/11] (EWN: 1958)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

diabetes [suikerziekte] {1778} < latijn diabetes [sifon, hevel] < grieks diabètès [idem], van grieks dia [door … heen] + een afleiding van bainein [gaan], dus ‘het door het lichaam heengaan’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

diabetes s.nw.
Suikersiekte.
Uit Ndl. diabetes (1778).
Ndl. diabetes uit Latyn diabetes 'hewel' uit Grieks diabetes 'oormatige uitskeiding van urine', met lg. van diabainein 'deurgaan', 'n afleiding met dia- 'deur ... heen' van banein 'gaan'. Diabetes beteken dus lett. 'deur die liggaam heengaan', so genoem omdat suiker ongeassimileerd deur die liggaam gaan, te veel daarvan in die bloed beland en dit bepaalde siektes veroorsaak.
D. Diabetes (18de eeu), Eng. diabetes (1562), Fr. diabète, It. diabete, Port. diabetes, Sp. diabetis.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

diabetes (Latijn diabetes)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

diabetes ‘suikerziekte’ -> Indonesisch diabétés ‘suikerziekte’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

diabetes suikerziekte 1778 [WNT pis] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut