Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

deze - (voornaamwoord)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

deze vnw.
Onl. thiusa, thisa ‘deze’ [1100; Will.]; mnl. dese ‘id.’ [1230; CG I,19].
Gevormd uit het aanwijzend voornaamwoord die, zie → d(i)e, met een deiktisch partikel *-s-, dat wrsch. verwant is met got. sai ‘ziedaar’ en ohd. ‘id.’. In de West- en Noord-Germaanse talen werd het partikel aan de verbogen vormen van het aanwijzend voornaamwoord gehangen: Runennoords (nominatief) sa-si, (genitief) þes-si, (datief) þeim-si enz. Later versmolt het partikel zo vast met de woordstam dat de verbuigingsuitgangen aan het eind, na het partikel, werden gezet. In de oudere taalfasen bestonden daardoor talrijke varianten.
Os. these (m.), thius (v.); ohd. dese(r) (m.), desiu, disiu (v.) (nhd. dieser (m.), diese (v., mv.), dies, dieses (o.)); oe. þes (m.), þios, þeos (v.), þis (o.) (ne. this (ev.), these (mv.)), ofri. this, thisse (m.), thius, thisse (v.), this (o.) (nfri. dizze); on. þessi (m.v.), þetta (o.) (nzw. dessa (m., v., mv.), detta (o.)).

EWN: deze vnw. (1100)
ANTEDATERING: Þïn 'deze' (accusatief ev.) in: Þïn i æ ber et dud 'draag deze ijf (= runenstaafje) altijd in de strijd' [501-510; ONW]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

deze* [aanwijzend vnw.] {dese 1230-1231} runenzweeds þansi, gevormd van dezelfde stam als de + een element oudhoogduits se, gotisch sai [kijk!], dat gevormd is van het aanwijzend vnw. gotisch sai, m. sa, vr. so + een aanwijzend i.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

deze mnl. dēse, os. *these m. (vgl. thius v.), ohd. dese, desēr, ofri. dis, disse v., thius, thisse o., oe. ðes m., ðios v. — Het woord bestaat uit de pronominaalstam þa (waarvoor zie: de) + een s-partikel van deiktische aard (vgl. ohd. , got. sai ‘zie daar’). De vormen met þ stammen uit de verbogen naamvallen; de nominatief vinden wij nog in oernoorse inscripties sa-si m. sū-si v. (vgl. þat-si o.) In de westgerm. talen versmolt het s-partikel zo vast met het pronomen, dat de flectie-uitgangen naar het eind overgebracht werden.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

deze aanw. vnw., mnl. dēse. Een w.- en ngerm. samenstelling van den pronominaalstam *sa-, *þa- (zie de I) met een s-partikel, die met got. sai, ohd. “zie daar” (van den stam *sa-) geïdentificeerd is; blijkbaar echter liggen aan een deel der vormen andere grondvormen ten grondslag; het laatste woord is over dit paradigma nog niet gezegd. Op den duur werd in de verschillende talen de verbuiging grootendeels naar het eind van het woord overgebracht en in den anlaut de þ algemeen doorgevoerd. De antiekste vormen zijn oernoorsch sa-si m., sû-si v., þat-si o.; later-on. m. sjâ, þessi(r), þessurr, v. þessi, þessur, o. þetta, ohd. m. dëse, dësêr, v. dësiu, disiu (nhd. dieser, diese), os. m. *thëse (komt toevallig niet voor), v. thius, ofri. m. dis, disse (de spelling th komt toevallig niet voor), v. thiûs, thisse, o. this (naast thit), ags. m. ðĕs, v. ðîos, ðêos, o. ðis (eng. this). Vgl. dit, vooral ook dus.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

deze bijv., Mnl. dese, Os. *these, vr. thiuse + Ohd. desêr (Nhd. dieser), Ags. đés (Eng. this), Ofri. vr. thisse, On. þessi; bestaat in ’t Got. niet; is een samenst. van die met partikel Go. sai, On. si, Ohd. sẽ = ziedaar: eerst werd (nl. in On.) slechts het vóór de partikel staande pron., nadien (Ohd. en Ags.) partikel en pron. beide verbogen. Dit, dial. ditte, Mnl. dit, Os. thit + Ohd. diz (z is uit tt), Ofri. thit: een niet klare vorming.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

deze mv., (ook:) zulke, zulk soort (vooral in combinatie met ‘mensen’ en dan vaak geringschattend bedoeld). Deze mensen! Ze leven maar raak! Je hebt je erf* hier om te leven! Dan maken* ze hun p’poe [poep]! (Cairo 1978b: 421). Ze hebben gelijk als ze zeggen dat een Indiaan lui is. Deze mensen zijn niet te doorgronden (Vianen 1972: 6). Weet u wat de jongens zeggen? Ze vinden mini leuk als het op een feestje gedragen wordt. Maar deze dingen zijn niet in de hand te houden en daarom vind ik het beter een radicale lijn te trekken (Vianen 1972: 35).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

dese: aanw. vnw., soms in vol vorm: na dese; dan weer in vorm sonder ausl. klinker: op dees aarde; deesdae; en weer in verboë vorm: die tiende deser, deser dae; Ndl. dees/deze, Hd. diese(r), Eng. this; v. ook deuskant.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

deze ‘aanwijzend voornaamwoord’ -> Javindo dese ‘aanwijzend voornaamwoord’; Negerhollands deese, diso ‘aanwijzend voornaamwoord (deze, dit) met nadruk’; Berbice-Nederlands disi ‘aanwijzend voornaamwoord’; Skepi-Nederlands disə ‘aanwijzend voornaamwoord’; Sranantongo disi ‘aanwijzend voornaamwoord’; Saramakkaans dísi ‘aanwijzend voornaamwoord’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

deze* aanwijzend voornaamwoord 1130 [CG II1, 131]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut