Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

deutel - (in houten nagel geslagen pennetje)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

deutel* [in houten nagel geslagen pennetje] {1702} verkleiningsvorm van deut, verwant met hoogduits Dutte [speen, tepel].

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

deutel v. (wig), + Hgd. deutel, afgel. met eu = ö van dodde (z.d.w.).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

deutel, zn.: neus. Afl. van deut; vgl. D. dial. dutte ‘tap, tepel’, Ndl. dot. Deutel ook ‘klein pinnetje’ (WNT).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

deutel ‘in houten nagel geslagen pennetje’ -> Zweeds dötel ‘in houten nagel geslagen pennetje’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal