Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

deugdelijk - (solide, goed, correct)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

deugd zn. ‘goede zedelijke eigenschap’
Onl. dugath, dugeth ‘deugd, goede eigenschap’ [1100; Will.]; mnl. doget ‘goede eigenschap, kracht, nut’ [1200; CG II, Servas], Jn dogden ende in goeden werken ‘in goede eigenschappen en in goede werken’ [1265-70; CG II, Lut.K], duget ‘deugd’ [1270-90; CG II, Moraalb.], dueget ‘id.’ [ca. 1290; CG II, En. Cod.].
Afleiding van dezelfde stam als het werkwoord → deugen met hetzelfde achtervoegsel als in → jeugd.
Mnd. dogent, doget ‘deugd’; ohd. tugunt (nhd. Tugend); oe. duguð, ofri. dugethe ‘deugd, goede daad’ (nfri. deugd); on. dygð (nzw. dygd); < pgm. *dugunþi- ‘wat passend is’.
In het Middelnederlands betekende deugd onder meer ook ‘voordeel, bruikbaarheid, degelijkheid’, zoals nog in het bn. deugdelijk, en nog steeds in de dialecten. In de standaardtaal is de betekenis onder invloed van het christendom verengd tot ‘het moreel goede’, als vertaling van Latijn virtus, oorspr. ‘mannelijkheid’, later ook ‘flinkheid, goede eigenschap’ en ‘deugdzaamheid’.
deugdelijk bn. ‘solide, van goede kwaliteit, correct’. Mnl. doechdentlijk, duechdelic ‘edel, voortreffelijk’ [1400-50; MNW dogedelijk]; vnnl. deuchdelick ‘goed’ [1509; WNT verduchten], ‘correct’ [1539; WNT Supp. afslaan], ‘deugdzaam, eerbaar’ [1577; WNT vermetelijk], ‘grondig’ [1592; WNT verificeeren]; nnl. deugdelijk ‘gegrond’ [1811; WNT verbod], ‘solide’ [1839; WNT voorbarigheid]. Gevormd uit deugd en het achtervoegsel → -lijk.. ♦ deugdzaam bn. ‘fatsoenlijk’. Mnl. dogetsam, doechsam ‘tot deugd geneigd’ [14e eeuw; MNW dogetsaem]; vnnl. deuchtsaem ‘eerbaar, zuiver, goed’ [ca. 1540; WNT regel I], ‘heilzaam’ [1604; WNT reuk]. Gevormd uit deugd en het achtervoegsel → -zaam.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

deugdelijk ‘goed, degelijk’ -> Negerhollands deuglik ‘goed, degelijk’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut