Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

detentie - (hechtenis)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

detineren ww. ‘in hechtenis nemen of houden’
Vnnl. detineert (verl.deelw.) ‘gevangen gezet’ [1574; WNT verstrikking], detineren “ophouden oft behinderen” [1577; Werve], ‘in beslag nemen (van goederen)’ [1583-89; WNT Aanv.], “ophouden” [1650; Hofman], ook “ophouden, onthouden, vasthouden” [1658; Meijer].
Ontleend aan Latijn dētinēre ‘tegenhouden, in beslag nemen’, gevormd uit → de- ‘weg, uiteen’ en het werkwoord tenēre ‘(vast)houden’, zie → tenor. Ontlening via Frans détenir ‘gevangen nemen’ [1306; Rey], eerder al ‘in beslag nemen, achterhouden van goederen’ [ca. 1180; Rey], is niet waarschijnlijk: in het Frans heeft détenir, ook reeds in de eerste attestaties, altijd -e- als stamklinker en uitgang -ir, terwijl in het Nederlands de Latijnse stamklinker -i- en uitgang -ēre zijn bewaard.
De grondbetekenis ‘vasthouden, niet vrijgeven’ kon aanvankelijk zowel op goederen als personen betrekking hebben [1583-89; WNT Aanv.]. De toepassing op goederen treedt volgens WNT Aanv. na de 17e eeuw niet meer op. Detineren betekent nu ‘in hechtenis nemen of houden zonder of voorafgaand aan een proces’.
detentie zn. ‘hechtenis’. Mnl. zyne detentie of slakinghe ‘zijn gevangenhouding of invrijheidstelling’ [1477; MNW slakinge]. Al dan niet via Frans détention, eerder detencion [1287; Rey] ontleend aan juridisch Laatlatijn detentio ‘het tegenhouden’, nomen actionis bij Latijn dētinēre ‘tegenhouden, in beslag nemen’. ♦ gedetineerde zn. ‘gevangene’. Vnnl. gedetineerde ‘id.’ [1578; WNT resolutief]. Verl.deelw. van detineren, zelfstandig gebruikt. In het hedendaags taalgebruik fungeert het als eufemisme voor ‘gevangene’.

EWN: detineren ww. 'in hechtenis nemen of houden' (1574)
ANTEDATERING: Detineren "ophouden oft behinderen" [1553; Werve, D1v]
EWN: ♦ detentie zn. 'hechtenis' (1477*)
ANTEDATERING: detencie van ghevanghenisse 'gevangenhouding' [1483; Boutillier, Z1v] (1477*)
{* De oudste datering in het EWN (1477) is onjuist. De juiste datering is 1488.}
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

detentie [hechtenis] {detencie 1488} < frans détention [bezit, hechtenis] < latijn detentionem, 4e nv. van detentio [tegen-, vasthouding], van detinēre [vasthouden] (verl. deelw. detentum), van de [weg, neer] + tenēre (in samenstellingen -tinēre) [houden] (vgl. tent).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

detensie s.nw.
1. Hegtenis, opsluiting. 2. Aanhouding, agterhouding.
Uit Ndl. detentie (al Mnl. in bet. 1).
Ndl. detentie uit Fr. détention 'besit, hegtenis' uit Latyn detentionem.
D. Detention, Eng. detention (1570 in bet. 1).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

detentie ‘hechtenis’ -> Indonesisch déténsi ‘hechtenis’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

detentie hechtenis 1488 [HWS] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut