Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

detector - (opsporingstoestel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

detecteren ww. ‘opsporen, aantonen, achterhalen’
Nnl. detecteeren ‘achterhalen, isoleren’ [1933; WNT Aanv.].
Ontleend aan Frans détecter ‘opsporen’ [1929; Rey], dat gebaseerd is op Engels detect [1447; OED] < Latijn dētēctus, verl.deelw. van dētegere ‘ontdekken’, gevormd uit het voorvoegsel dē- ‘ont-, weg’ (zie → de-) en het werkwoord tegere ‘dekken’, zie → tegel en → dekken. Het is ook mogelijk dat detecteren evenals detectie en detector rechtstreeks ontleend is aan het Engels en naar analogie van talloze andere werkwoorden op -eren deze ‘Franse’ uitgang heeft gekregen. Zie ook → detective.
detectie ww. ‘het opsporen, aantonen’. Vnnl. detectie ‘opsporing’ [1634; WNT perpetreeren]. Ontleend aan Engels detection ‘ontsluiering, ontdekking’, eerder deteccyon [1472; OED], afleiding van het werkwoord detect. ♦ detector zn. ‘toestel tot opsporing’. Nnl. detector [1867; WNT verklikker]. Ontleend aan Engels detector ‘verklikker, toestel dat iets aantoont’ [1833; OED], ‘toestel voor opsporen, ontvangen, meten etc.’ [1860; OED], afleiding van het werkwoord detect.

EWN: detecteren ww. 'opsporen, aantonen, achterhalen' (1933)
ANTEDATERING: het detecteeren van hoogfrequente wisselstromen [1929; NRC 24/9]
EWN: ♦ detectie ww. 'het opsporen, aantonen'; de betekenis 'opsporing' (1634*)
ANTEDATERING: detectie 'ontdekking' [1663; Meijer]
{* De oudste attestatie in het EWN is uit 1633 en niet uit 1634. De betekenis van detectie is dan 'bekendmaking' en niet 'opsporing'.}
EWN: ♦ detector zn. 'toestel tot opsporing' (1867)
ANTEDATERING: deze detector bestaat uit eene magneetnaald [1844; Nijverheid 1, 64]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

detector [opsporingstoestel] {1867} < middeleeuws latijn detector [informant, eig.: iem. die iets bloot legt], van detegere [onthullen] (verl. deelw. detectum) (vgl. detective).

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Detector (= Fr. détecteur; Lat. detéctus = part. perf. v. detégere = ontdekken, aan het licht brengen; < de- (3), + tégere = bedekken; téctum = dak). Instrument voor het aantonen van electromagnetische golven, voor het eerst geconstrueerd en benoemd door Βranly (1844—1940); later instrument voor het gelijkrichten en hoorbaar maken van modulatiefrequenties.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

detector opsporingstoestel 1867 [WNT verklikker] <ME Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut