Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

detail - (onderdeel van een groter geheel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

detail zn. ‘onderdeel van een groter geheel’
Nnl. het detail van de ordres ‘de gedetailleerde orders’ [1706; WNT uitgeven I], detail ‘bijzonderheid’ [1872; Dale].
Ontleend aan Frans détail ‘klein onderdeel van een geheel, bijzonderheid’ [1671; Rey], eerder al ‘kleine hoeveelheid voor verkoop’ [eind 12e eeuw; Rey], een afleiding van détailler ‘in kleine stukken hakken’, ouder destaillier ‘id.’ [1165-70]. Dit werkwoord is met het voorvoegsel dé- ‘weg, van’ (zie → de-) gevormd bij tailler ‘snijden, houwen, kloven’, ouder talier ‘in stukken snijden’ [10e eeuw] < vulgair Latijn taliare [6e eeuw], dat wrsch. is afgeleid van het zn. tālea ‘afgesneden twijg’, zie → taille. De betekenis is ontstaan doordat men iets groots in stukken sneed en zo de onderdelen, de details, nader kon bekijken. In het Oudfrans bleef het woord lange tijd beperkt tot de handelssfeer met de betekenis ‘stuk, deel van een groter geheel dat wordt verhandeld’. Deze betekenis is naderhand verruimd.
detailhandel zn. ‘kleinhandel, verkoop in het klein’. Nnl. detailhandel ‘id.’ [1843; WNT kleinhandel], gevormd uit detail en → handel. ♦ detaillist zn. ‘verkoper in het klein’. Nnl. detailliste ‘id.’ [1872; Dale]. Pseudo-Franse vorming bij detail(verkoop) ‘verkoop in het klein’; het Frans kent alleen détaillant in deze betekenis.

EWN: detail zn. 'onderdeel van een groter geheel' (1706)
ANTEDATERING: vnnl. het d'etail [lees: detail] of d'ontleding 'de details of de analyse' [1684; De Mesmes, 7]
EWN: ♦ detailhandel zn. 'kleinhandel, verkoop in het klein' (1843)
ANTEDATERING: de active detailhandel [1824; Anderinga de Kempenaer, 21]
EWN: ♦ detaillist zn. 'verkoper in het klein' (1872)
ANTEDATERING: Tot de "detaillisten" rekent men alle personen, die den kleinhandel drijven [1837; Leeskabinet 2, 7]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

detail [bijzonderheid] {1706} < frans détail [idem], teruggaand op latijn de [af] + laat-latijn taliare [afhakken, afsnijden], van talea [stokje, twijg], dus iets dat afgehakt is van iets groters.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

detail znw. o. < fra. détail, zelf een afleiding van het ww. detailler ‘afdelen’, afgeleid van lat. taleā ‘afgesneden tak’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

detail (zn.) bijzonderheid; Nuinederlands detail <1706> < Frans détail.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

detail s.nw.
Besonderheid.
Uit Eng. detail (1603).
Eng. detail uit Fr. détail uit Oudfrans detail 'stuk afgesny' uit detailer 'oopsny'.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

detail ‘bijzonderheid’ -> Indonesisch détél, détil, ditél ‘bijzonderheid’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

detail bijzonderheid 1706 [WNT uitgeven I] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut