Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

destijds - (toen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

destijds bw. ‘toen’
Vnnl. destijdts ‘in die tijd’ [1674; WNT uits-]; nnl. destijds ‘id.’ [1828; WNT voetstoots].
Genitief van de woordcombinatie die tijd, zie → des-, zie → tijd.
Bijwoordelijke bepalingen die niet met een voorzetsel beginnen, stonden vaak in de genitief, zoals ook 's morgens, 's maandags.

EWN: destijds bw. 'toen' (1674)
ANTEDATERING: dat is destijds oock volbracht [1647; Missive, B1r]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

destyds bw.
In of van dié tyd, toe.
Uit Ndl. destijds (1841 - 1845), 'n samestelling van des, die tweede naamval van de 'die', en tijds, die tweede naamval van tijd 'tyd'. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal