Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

deskundige - (vakbekwaam persoon)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

deskundig bn. ‘terzake bevoegd, vakbekwaam’
Nnl. des kundig ‘bekwaam’ [1717; WNT rekenboek], deskundig ‘ter zake bevoegd’ [1785; WNT zwang].
Jongere vorming uit de genitief ev. des van het aanwijzend voornaamwoord → dat en het bn. kundig (zie → kunde), dus eigenlijk ‘kundig wat dat betreft, op de hoogte’.
Nog in de 18e eeuw kwam de uitdrukking in twee woorden voor: luiden des niet regt kundig ‘mensen daarvan niet goed op de hoogte’ [1764-75; WNT].
deskundige zn. ‘deskundig persoon’. Nnl. deskundige ‘id.’ [1841; WNT verlossing]. Zelfstandig gebruik van het bn. deskundig.

EWN: deskundig bn. 'terzake bevoegd, vakbekwaam' (1717)
ANTEDATERING: vnnl. verzoek ik dat U E. gelieve my des kundig te maaken ('mij daarvan op de hoogte te stellen') [1656; Von Hilden, 185]
EWN: ♦ deskundige zn. 'deskundig persoon' (1841)
ANTEDATERING: by des Kundigen 'bij terzake kundigen' [1735; Scheltus, **2v]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

deskundige ‘iemand die deskundig is’ -> Fries deskundige ‘iemand die deskundig is’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut