Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dertien - (13)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

dertien telw. ‘13’
Mnl. dertene ‘13’ [1240; Bern.], up dertiene ‘op de dertiende’ [1270; CG I, 182].
Een samenstelling van de telwoorden → drie en → tien met metathese van de -r-. Dertien is het eerste van de getallen tussen 10 en 20 dat op deze manier is gevormd (zie → elf, → twaalf). Dit houdt mogelijk verband met een ouder twaalftallig systeem, waarvan ook nog sporen bij → tachtig te vinden zijn.
Os. thriutein; ohd. drīzehan, drīzēn (nhd. dreizehn); nfri. trett(s)jin; oe. þrēotīne (ne. thirteen); on. þrettan, þretján; < pgm. *þriutehan ‘13’.
Lit.: Philippa 2000a

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

dertien* [telwoord] {1201-1250} met metathesis van r gevormd uit de verbinding van drie en tien, vgl. oudsaksisch thriutein, oudhoogduits drizehan.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

dertien telw., mnl. dertien, dartien, dortien. Metathesis-vormen uit drittien verkorting uit *drītien, zoals ook in oe. ðreottyne, ofri. threttene (maar niet on. þrĕttān dat uit *þrinn-tān ontstaan is), mnd. derten, drutten. De oudere vorm in os. thriutein, thrūtein, ohd. drī-zehan. — Samenstelling van drie en tien.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

dertien telw., dial. ook dartien, dortien, mnl. dertien, dartien, dortien. -ert-, -art-, -ort- < -ritt-, -ort- event. ook uit -rutt-; -itt- (-utt-) < -ît- (-iut-), wsch. door den bijtoon op ’t tweede lid; evenzoo ontstonden: mnd. dertên, druttên, ofri. threttêne, ags. (ws.) ðreottŷne (en misschien ook on. þrettân). De oudere vorm nog in ohd. drî-zëhan (nhd. dreizehn), os. thriu-, thrû-tein, ws. ðrêotŷne. Het 1e lid is de m. resp. o. vorm van drie.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

dertien bijv., Mnl. id., Os. thriutein + Ohd. drîzehan (Nhd. dreizehn), Ags. đréottýne, đréotýne (Eng. thirteen), Ofri. thretténe, On. þrettán; uit drie en tien; de t werd in sommige vormen verdubbeld door haar intervoc. plaats tusschen hoofdtoon en bijtoon, wat verkorting van ie veroorzaakte, waarna de metath. ontstond.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

daartien (telw.) dertien; Vreugmiddelnederlands dertene <1240>.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

dertien ‘telwoord’ -> Duits dialect drittehn ‘telwoord’; Negerhollands dertien ‘telwoord’; Berbice-Nederlands dritini ‘telwoord’; Sranantongo dertien ‘telwoord’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

dertien* telwoord 1240 [Bern.]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

80. Twaalf ambachten, dertien ongelukken

wordt gezegd van ‘personen, die telkens een nieuw middel van bestaan zoeken, maar er altijd slecht afkomen’. De uitdr. wordt aangetroffen bij Campen, bl. 19: Twaelf ambachten syn dertien ongelucken, dat in de verzameling van Agricola luidt: Vierzehen handwerck, funffzehen unglück; Spieghel, 273; 291; Cats I, 421; Kluchtspel, III, 117. Bij Baardt, Deughden-Spoor, 213:

 Men seyt gemeenlyck dat een Man,
 Die thienderleye Handt-werck kan
 Wel darthien ongelucken heeft.

Bij Berkhey N.H. 3, 1304 luidt de uitdr. weer eenigszins anders: Men leert 'er (op een Fransche kostschool) vyf ambagten, en heeft dertien ongelukken.Zie het Ndl. Wdb. II, 351. Bij Sewel, 48: Twaalf ambachten en dertien ongelukken, they who undertake every thing are seldom succesfull. Zoo ook in W. Leevend III, 212; Tuinman I, 127; Harreb. I, 14; Waasch Idiot. 165 b: Twaalf stielen en dertien ongelukken; Teirl. 72: Eén ambacht is beter as dertien stielen, wie veel stielen uitoefent kent geen enkel goed ambacht. In Duitsche dialecten treffen wij deze zegswijze onder de volgende vormen aan: achttein Handwark, is nägentein Unglück; teinerlei Handwark, un hunnerterlei Unglück; drözeng (dertien) Handwerker, vezeng (veertien) Onglöcker; zie Taalgids V, 174; Eckart, 186-187; Jahrb. 38, 163. Thans zegt men in het hd. Neunerlei Handwerk, achtzehnerlei Unglück; fr. quarante métiers, cinquante malheurs; fri. toalf ambachten en trettsien ongelokken.

409. Dertien in (of op) een dozijn.

Van onbeteekenende, onbeduidende personen of zaken zegt men: zoo gaan er wel dertien in een dozijn (dus in een twaalftal); men kan er dus nog wel één op toe krijgen, van zoo weinig waarde zijn ze. Harrebomée I, 125 a citeert: ‘Zoo gaan er dertig in een dozijn’. Dat wil zeggen: ‘de voorgestelde zaak is van zoo weinig beteekenis, dat men wel derdhalf voor één kan rekenen’. Met het oog op Coster, 22 vs. 365: Van sulcke mannen as jy, gater net twaalf in ien dozijn, en die wat nau dong, kreecher wel een toe op den koop (hetzelfde in Bank. II: tot de Lezers); Van Effen, Spectator VIII, 105: Het zelve (de société galante) bestaat uit twaalf jonge Heeren van 't eerste fatsoen, of ten minste van de eerste rykdom, en om met waarheid te kunnen zeggen, dat 'er dartien van zulk slag Heertjes in een douzein gaan, is my, die de dertiende ben, het ampt van Secretaris met eenparigheid van stemmen opgedraagen; en lettende op de Adagia, 23: Een Man om op een dosijn een toe te geven, homo trioboli, is de bovenstaande uitdrukking zeker wel de oorspronkelijke. Ironisch wordt ook gezegd: Zoo gaan (of zijn) er maar twaalf in een dozijn (zie o.a. Antw. Idiot. 372), d.i. daar is niets bijzonders aan; Nkr. 25 Jan. 1913, p. 4: Van helden als hij gaan er minstens een dertien op ’t dozijn; fri. sokke (zulke) geane der gjin trettsjin yn en dezyn, die zijn niet alledaagsch.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut