Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

depot - (bewaargeving; voorraadplaats; bezinksel in wijn of bier)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

depot zn. ‘bewaargeving; voorraadplaats; bezinksel in wijn of bier’
Mnl. Deposite is ghelt ofte diere juweelen die men in tresore opleit ‘... is geld of dure juwelen die men in een schatkamer bergt’ [1360; MNW-P], Depoest es ghelt of ander havelijc goet, datmen iemanne gheeft te houdene ‘... is geld of ander roerend goed dat men iemand geeft om te bewaren’ [1360; MNW-P], gheleyt in manieren van depooste ‘bij wijze van voorraad gedeponeerd’ [ca. 1470; MNW maniere]; nnl. depot ‘militaire verzamelplaats’ [1789; WNT tamboer II], ‘voorraad van waren aan derden ten verkoop gegeven’ [1839; WNT wederhoorig], depôt ‘bedrag in bewaring gegeven bij een bank’ [1863-1872; WNT], ‘voorraadplaats’ [1881; WNT verlof].
De Nieuwnederlandse vorm is ontleend aan Frans dépôt ‘voorraadplaats’ [1690; Rey] en ‘bezinksel, dat wat zich op de bodem verzamelt’ [eind 17e eeuw; Rey] eerder al, ‘in bewaring gegeven object’ [1370; Rey], ouder depost ‘bewaargeving, het deponeren’ [1323; ] < Latijn dēpositus ‘in bewaring gegeven’, deelwoord van dēpōnere ‘neerleggen, neerzetten’, zie → deponeren. De Middelnederlandse vorm deposite is rechtstreeks ontleend aan het Latijn, de vormen depoest, depoost aan de oudere Franse form depost.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

depot [bewaargeving] {1789} < frans dépôt < latijn depositum [idem], eig. o. verl. deelw. van deponere [neerleggen], van de [neer] + ponere [leggen] (vgl. deponeren).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

depot s.nw.
1. Bewaarplek vir voorraad. 2. Uitrustings- en opleidingsplek vir rekrute.
Uit Ndl. depot (1864 in bet. 2) of dalk Eng. depot (1795 in bet. 1, 1798 in bet. 2).
D. Depot (18de eeu), Fr. dépôt.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

depot (Frans dépôt)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

depot ‘bewaarplaats’ -> Indonesisch dépo, dépot ‘warenhuis, magazijn’; Javaans dhépo, dhipo ‘kofferbewaarplaats (station); militair depot’; Petjoh depot ‘bewaarplaats’; Surinaams-Javaans (n)dhépo ‘verzamelplaats voor contractarbeiders’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

depot bewaargeving 1789 [WNT tamboer] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal