Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

demonisch - (duivels)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

demon zn. ‘duivel, boze geest’
Nnl. Dæmon ‘goedaardig wezen’ [1721; WNT Supp. accent], daemon ‘boze geest’ [1844-1851; WNT].
Ontleend aan Frans démon ‘boze geest, duivel’ [17e eeuw], eerder daemon ‘halfgod, genie’ [16e eeuw], maar waarschijnlijker direct uit Latijn daemōn ‘boze geest, demon’ < Grieks daímōn ‘goddelijke macht, godheid’.
De oorspr. betekenis (in het Grieks) was mogelijk ‘uitdeler (van het lot)’, maar bij Homeros betekent het ‘godheid’. In de loop van de tijd ging het woord ook ‘goddelijke macht’ en later ‘halfgod’ betekenen. De negatieve betekenis werd bevorderd door het Nieuwe Testament, waarin beschreven wordt, hoe Jezus demonen ‘boze geesten’ uitdrijft. In de betekenis van ‘kracht ten goede’ komt het ook heden ten dage nog voor. Soms wordt dan de spelling daimon gebruikt, om het verschil aan te duiden.
demonisch bn. [1800-50; WNT], wrsch. overgenomen uit Duits demonisch.

EWN: demon zn. 'duivel, boze geest' (1721)
ANTEDATERING: vnnl. "Daemons", quaet-doende en bedrieghlijcke ghedrochten oft ghespoock [1604; Van Mander, 25v]
EWN: ♦ demonisch bn (1800-50*)
ANTEDATERING: vnnl. Hier staet oock "Daemonisch" [1692; Verryn, 79]
{* De datering van het EWN (1800-50) moet gewijzigd worden in 1839.}
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut