Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

del - (duinvallei)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

del 1 zn. ‘duinvallei’
Mnl. delle ‘laagte’ [1290; CG I, 1421], vnnl. delle ‘kuil’ [1567; LB 26 (1934), 122], del ‘duinvallei’ [1621; WNT].
Met i-umlaut gevormd bij → dal.
Mnd. delle; mhd. telle ‘ravijn, kloof’; oe. dell ‘laagte, afgrond’ (ne. dell ‘kleine laagte’); got. in ibdalja ‘berghelling’; < pgm. *daljō- ‘laagte’.

EWN: del 1 zn. 'duinvallei' (1290)
ANTEDATERING: onl. della 'dal, duinvallei' als laatste deel van het toponiem Alderdelle 'Oudelle' (bij Utrecht) [1130-1161 (kopie ca. 1420); ONW]
Later: het toponiem Delle (letterlijk 'dal') [1281; VMNW]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

del1* [duinvallei] {del(le) 1290} oudhoogduits tellia, oudengels dell; dialectische nevenvorm van dal.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

del 1 znw. v. (dial.) ‘duinvallei’, mnl. delle v. ‘laagte, dal’, ohd. tellia, oe. (ne.) dell ‘dal, ravijn’ < germ. *daljō- een afl. van dal. — > ne. dell ‘diepe put; natuurlijke laagte of dal’ (sedert 1220, vgl. Bense 74).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

del (laagte, dal, kuil in den weg), vooral dial. Zie dal.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

del 1 m., o. en bijw., met e = ä, een afleid. van dal.

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

del 'laagte, duinvallei'
Mnl. delle 'laagte', nnl. del 'duinvallei', mnd. delle, ohd. tellia, mhd. telle 'ravijn, kloof', oe. dell 'laagte, afgrond', got. (ib)dalja 'berghelling' is een afleiding met -jô- suffix van dal 'laagte, vallei', met -e- door umlaut.
Oudste attestatie in plaatsnamen: 1130-1161 kopie ca. 1420 Hatzonis de Alderdelle (gebiedsnaam Oudelle, omgeving Nieuwegracht te Utrecht)1.
Lit. 1Künzel e.a. 1989 283.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

del* duinvallei 1290 [CG I2, 1421]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut