Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

deconfiture - (mislukking)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

deconfiture [bankroet] {1824 in de betekenis ‘tegenspoed’} < frans déconfiture [idem], van déconfire [verslaan, in verlegenheid brengen], van dé- [weg, neer, ont-] + confire [in oudfr. bereiden, in elkaar zetten] < latijn conficere [afmaken, voltooien], van con- [mede-, geheel] + facere (in samenstellingen -ficere) [maken] (vgl. confectie).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

deconfiture (Frans déconfiture)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

deconfiture mislukking 1824 [WEI] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut