Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

decimeren - (in groten getale doden of wegrukken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

decimeren ww. ‘in groten getale doden of wegrukken’
Nnl. decimeren ‘iedere tiende man (soldaat) straffen’ [1824; Weiland], ‘in groten getale doden of wegrukken, ontvolken’ [1864; Calisch].
Ontleend aan Frans décimer ‘de doodstraf voltrekken aan iedere tiende man’ [1559], ‘een zeker aantal mensen doden’ [1793; Robert] < Latijn decimāre ‘elke tiende man straffen’, afgeleid van decimus ‘tiende’, zie → deci-. Bij de Romeinen kon iedere door het lot aangewezen tiende soldaat ter dood veroordeeld worden als de troep waartoe hij behoorde zich aan iets had schuldig gemaakt.

EWN: decimeren ww. 'in groten getale doden of wegrukken' (1824)
ANTEDATERING: decimeren 'elke tiende soldaat doden' in: de Koning heeft vast besloten hen te laeten decimeeren [1746; 's Graevenhaegse courant (KB) 11/2]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

decimeren [ter dood brengen, uitdunnen] {1824} < frans décimer [idem] < latijn decimare, van decimus [tiende] (vgl. deci-); deze krijgstuchtelijke maatregel bij collectieve misdraging van troepenonderdelen bestond hieruit, dat zij moesten aantreden, waarna op de rij af elke tiende soldaat werd gestraft, in ernstige gevallen geëxecuteerd.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

desimeer ww.
Sterk (laat) verminder, uitdun.
Uit Ndl. decimeren (1824).
Ndl. decimeren uit Fr. décimer uit Latyn decimare 'elke tiende man uitlig as straf (en doodmaak in ernstige gevalle)', met lg. van decimus 'tiende' van decem 'tien'.
D. dezimieren (18de eeu), Eng. decimate (1663), It. decimare, Port. dizimar, Sp. diezmar.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

decimeren ter dood brengen, uitdunnen 1824 [WEI] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut