Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

decharge - (ontheffing, ontlasting)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

decharge zn. ‘ontheffing, ontlasting’
Vnnl. decharge ‘goedkeuring van beleid, ontheffing van verdere plicht’ [1602; WNT Aanv.]; nnl. dechargie ‘id.’ [1746; WNT weerga], decharge ‘kwitantie, kwijting, getuigenis van goed bevonden rekening’ [1824; Weiland], à decharge ‘ter ontlasting van de beschuldigde’ [1909; WNT requiem].
Ontleend aan Frans décharge, eerder descharge [14e eeuw; Rey]) ‘afbetaling van schuld’, van het werkwoord descharger, décharger ‘ontlasten’ < Laatlatijn discaregare < decarricare ‘afladen, wegvoeren’, een samenstelling van Latijn dē- ‘weg, af’ (zie → de-) en carricāre ‘laden’, bij carrus ‘wagen’ (zie → kar).
dechargeren ww. ‘decharge verlenen’. Nnl. dechargeren ‘decharge verlenen’ [1737; WNT quiteeren], vnnl. dechargeeren ‘ontdoen, ontlasten’ [ca. 1665-70; WNT marlijn], gedechargeert (verl.deelw.) ‘van verplichtingen ontslagen’ [1575; WNT Aanv.]. Ontleend aan Frans décharger ‘ontlasten’ [ca. 1080; Rey].

EWN: decharge zn. 'ontheffing, ontlasting' (1602)
ANTEDATERING: mnl. deschergen 'décharges' [1444; iMNW muteren]
EWN: ♦ dechargeren ww. 'decharge verlenen' (1575)
ANTEDATERING: om deselve te dechargeren ende ontladen 'om deze te lossen en uit te laden' [1538; iWNT]
Later: van sijnen swaren last verligten en dechargeeren (spelling niet zeker) [1574; Register, 772] (EWN: 1575)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

decharge [ontheffing] {1618} < frans décharge, van dé- [van … weg] + charge (vgl. chargeren).

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Décharge (Fr., beteekent letterlijk: ontlading, ontlasting, en bij uitbreiding: ontlasting van schuld). Getuigen à décharge zijn zulke getuigen, die ten voordeele van den beschuldigde getuigen, dus tot ontlasting zijner schuld.
De penningmeester eener vereeniging wordt “gedéchargeerd,” beteekent: zijn rekening en verantwoording is in orde bevonden en wordt hij dus van verdere verantwoordelijkheid “ontlast”, ontheven.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

decharge ontheffing 1618 [WNT vermaan] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut