Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

debuteren - (voor het eerst optreden)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

debuut zn. ‘aanvang’
Nnl. debut ‘het begin, de aanvang, de eerste optreding (in de schouwburg)’ [1824; Weiland]; début, debuut ‘eerste optreden’ [1872; WNT portefeuille].
Ontleend aan Frans début ‘eerste activiteiten, met name in het theater’ [1674; Rey], eerder al ‘eerste worp’ [1642; Rey] en reeds Provençaals debut ‘begin van iets’ [1455; FEW], afleiding van debuter ‘beginnen, de eerste slag spelen’, [1640; Rey], eerder al ‘verplaatsen’ [1547; Rey]. Het Franse werkwoord is een afleiding van Frans but ‘doel, einde’, zie → buut.
debuteren ww. ‘voor het eerst in het publiek optreden, met name van toneelspelers, auteurs, sportlieden’. Nnl. debuteren ‘het begin maken, voor het eerst spelen of een redevoering houden’ [1824; Weiland]. Ontleend aan Frans débuter ‘met een carrière beginnen, met name in de schouwburg’ [1754], eerder al in andere betekenissen. ♦ debutant zn. ‘iemand die voor de eerste keer optreedt in het openbaar, ook als schrijver’ [1872; Dale], débutant, débutante ‘hij, of zij, die iets voor het eerst doet’ [1824; Weiland 1824]. Ontleend aan Frans débutant ‘iemand die met zijn carrière begint’ [1782; Rey], afleiding van débuter ‘debuteren’.

EWN: debuut zn. 'aanvang' (1824)
ANTEDATERING: Niet lang na myn "debut" op dit groot Theater van ons Land [1783; Patriot, 648]
EWN: ♦ debuteren ww. 'voor het eerst in het publiek optreden, met name van toneelspelers, auteurs, sportlieden' (1824)
ANTEDATERING: Ook heeft … een nieuwe "Actrice" gedebuteerd [1763; Toneelbeschouwer, 85]
EWN: ♦ debutant zn. 'iemand die voor de eerste keer optreedt in het openbaar, ook als schrijver' (1824)
ANTEDATERING: geduurende welke een nieuwe Debutante … gespeeld had [1804; Reichardt 1, 84]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

debuteren [voor het eerst optreden] {1824} < frans débuter [oorspr. een eerste stoot geven], van buter [vroeger stoten], uit het germ., vgl. boten.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

debuteer ww.
Vir die eerste keer in die openbaar optree.
Uit Ndl. debuteren (1824).
Ndl. debuteren uit Fr. débuter 'die eerste stoot in biljart gee', 'n afleiding met dé- 'van' van buter (vroeër 'stoot'), met lg. van but 'mikpunt, doel'.
D. debütieren (18de eeu), Eng. debut (1830), Port. debater, Sp. debatir.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

debuteren voor het eerst optreden 1824 [WEI] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut