Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dazen - (onzin uitkramen, zwammen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

dazen ww. ‘onzin uitkramen, zwammen’
Vnnl. daesen ‘raaskallen, dwaas handelen’ [1599; Kil.]; nnl. Daazen “dol zijn, dwaas zijn, raazen” [1669; Meijer]. Eerder al in de zn. Dazaerd “zot lichtebolle” en Dazernie “Aelwarigheyt” [1546; Naembouck], daeser = dasaerd ‘ijlhoofdige’ en daesernije ‘waanzin, onverstand, zinneloosheid’ [Kil., 1588].
Wrsch. afgeleid van het bn.daas, een bijvorm van → dwaas. Het is onduidelijk of er verband is met een mnd. werkwoord dasen dat wrsch. ‘spotten’ betekent, en mnd. dasken ‘zwetsen’. Er is ook (vorm)overeenkomst met het Engelse werkwoord daze ‘doen duizelen’ (< Middelengels dasen).
Me. dasen heeft wrsch. een Scandinavische oorsprong: on. dasask ‘moe worden’, nzw. dåsa ‘luieren, nietsdoen’, nijsl. dasa ‘lui zijn’, nde. dase ‘id.’. Geen Hoogduitse of Friese cognaten. Nzw. dåsa kan zich ontwikkeld hebben uit ozw. dusa ‘rusten, blijven’, nde. (dial.) dose ‘suf rondlopen’, ablautsvorm bij ozw. dūsa ‘sluimeren’, nzw. dysa. Een andere mogelijkheid is < ozw. dāsa, waarbij ook on. dásinn ‘mat’, nzw. (verouderd) dåse ‘traag persoon’, in ablaut bij nzw. (dial.) dasa ‘luilakken’, bij Germaans *dǣs, nevenvorm bij dwæs, dwas, dus; zie → daas, → dwaas. Aangezien in ieder geval het Zweedse werkwoord pas laat geattesteerd is (eerst dåsna ‘in slaap sukkelen’ [1699; SAOB]) lijkt het erop dat het via het bn. dåsig ontleend is aan mnd. dosig ‘doezelig’, dat wordt vergeleken met oe. dysig, ne. dizzy ‘duizelig’, zie → dizzy.

EWN: dazen ww. 'onzin uitkramen, zwammen' (1599)
ANTEDATERING: daesen 'raaskallen, dwaas doen' [1588; Kil.]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

dazen* [onzin uitslaan] {dasen [dwaas doen] 1599} van daas2.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

dazen ww., mnl. dāsen ‘dwaas doen’, mnd. dāsen ‘spotten’. — > fra. daser ‘dromen, duizelen’, sedert de 13de eeuw (Valkhoff 107). — Zie verder: bedeesd.

De mening van FW 107 dat het woord uit holl. dial. (vgl. Haarl. dazen ‘onwijs doen’) meer en meer in de alg. omgangstaal zou zijn gekomen kan juist zijn, maar dit verhindert niet, dat het in het gehele nl. en nd. taalgebied van oudsher bekend was.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

dazen (leuteren) ww, dat in den laatsten tijd meer en meer doordringt in de familiare alg.-ndl. omgangstaal. Uit het holl. dial.: vgl. Haarlemsch dazen “onwijs doen”; mnl. reeds dasen (dāsen, dâsen?) “id.”. Het ww. is afgeleid van dial. (holl., ook vla., Antw.) daas “dwaas”, zie bedeesd.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

dazen. Het is mogelijk, dat het woord in de ndl. omgangstaal is gekomen uit het holl. dial. Dat het echter al vroeg over een groter gebied verbreid is geweest, bewijst mnd. dāsen ‘spotten’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

dazen ono.w., behoort met daas bijv., bij bedeesd.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

dazen ‘onzin uitslaan, ijlen’ -> Frans dialect daser ‘dromen, ten prooi zijn aan duizeling, dutten’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

dazen* onzin uitslaan 1599 [Kil.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut