Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

daveren - (dreunen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

daveren ww. ‘dreunen’
Mnl. Men mochte die eerde daveren horen ‘dreunen’ [14e eeuw; MNW]. vnnl. daveren ‘wankelen, schudden, trillen’ [1599; Kiliaan], ‘dreunen, beven’ [1604; WNT verfellen].
Frequentatief bij mnl. *daven, dat eerst vnnl. is geattesteerd: daven ‘razen, tieren; schudden, wankelen’ [1599; Kil.], ook Middelnederduits daven ‘tieren’.
Dit is wrsch. hetzelfde als os. dovon ‘razen, tieren’, mnd. doven, daven ‘razen, lawaai maken; woeden’, ohd. tobēn, nhd. toben ‘razen, tieren’, oe. dofian ‘gek zijn’, en misschien verwant met → doof. FvW ziet in daven echter een klanknabootsend woord. Het frequentatief verder alleen in: mnd. daveren ‘doen trillen; trappelen, stampen; lawaai maken’, nfri. daverje ‘dreunen’.

EWN: daveren ww. 'dreunen' (14e eeuw*, 1599)
ANTEDATERING: daveren 'trillen, schitteren, schudden, koken' [1477; Teuth.]
{* De eerste attestatie in het EWN kan beter gedateerd worden: 1805-15 (en niet: 14e eeuw), omdat het om een onbetrouwbaar afschrift uit begin 19e eeuw gaat.}
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

daveren* [dreunen, schudden] {1301-1400} middelnederduits daveren, vermoedelijk van oudnl. (niet geattesteerd in middelnl.) daven [schommelen, beven, trillen], middelnederlands doven [dol zijn, razen], middelnederduits doven [daven], oudhoogduits tobon (hoogduits toben), oudengels dofian, verwant met doof.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

daveren ww., mnl. dāveren ‘dreunen, schudden’, mnd. dāveren ‘een trillend geluid maken; schommelende beweging maken, schokken, doen wankelen’, iteratief van ouder-nl. dāven ‘schommelen, beven, trillen’ (Kiliaen), mnd. dāven ‘trillen, beuzelen, boemelen’. — > nhd. davern ‘stampen van schip door stortzeeën’ (Kluge, Seemannssprache 176).

Misschien mag men vergelijken de woordgroep ne. dab ‘licht slaan’, dabble ‘plassen, ploeteren’, ofri. dafen ‘slaan, kloppen’, nhd. tappen ‘licht kloppen’, on dafla ‘in water ploeteren, roeien’ (AEW 71); daarnaast: ofri. dufen, duven ‘stoten’, mnl. dubben ‘onderdompelen, duwen’. Men verbindt verder met serv. dépati (Holthausen, Altn. Etym. Wört. 33) of met oi. dabhati ‘beschadigt’ (Loewenthal, ANF 35, 1919, 240). — > dial. in gebied der Weichsel-monding dāwern ‘lawaai maken’ (vgl. Mitzka, Album Blancquaert 1958, 219).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

daveren ww., mnl. dāveren “dreunen, schudden”, mnd. dāveren “een trillend geluid maken (door de voeten op één plaats heen en weer te bewegen)”; Kil. kent daveren en daven “schommelen, beven, trillen”. Dial. heeft daveren deze bet. nog. Geen oud woord. Klanknabootsend.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

daveren. Ook mnd. dāven ‘trillen; beuzelen, boemelen’. Mnd. dāveren (zeldzaam) = ‘schommelende, slingerende bewegingen maken; schokken, doen wankelen’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

daveren ono.w., + Ndd. davern: oorspr. onbek.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

daveren ‘dreunen, schudden’ -> Duits davern ‘(van een schip) heftig slingeren; (dial.) dreunen, schudden’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

daveren* dreunen, schudden 1301-1400 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut