Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dauphin - (Franse kroonprins)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

dauphin [Franse kroonprins] {dolphin [oudste zoon van de koning van Frankrijk] 1477, dauphin [Franse kroonprins] 1626} < frans dauphin [eig.: dolfijn] < laat-latijn dalphinus [dolfijn (als eigennaam)] minder gebruikelijke variant naast latijn delphinus [dolfijn] (vgl. dolfijn); de naam Delphinus werd door de middeleeuwse heren van Vienne gedragen (zij toonden drie dolfijnen in hun wapen). Hun gebied kwam daardoor Dauphiné te heten. Het werd in 1349 afgestaan aan Philippe de Valois, mede onder voorwaarde, dat tot in eeuwigheid de oudste zoon van de Franse koning de titel dauphin zou voeren.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

dauphin s.nw.
Titel van Fr. kroonprinse van 1349 - 1830.
Uit Ndl. dauphin (al Mnl.).
Ndl. dauphin uit Fr. dauphin 'dolfyn' uit Laat-Latyn dalphinus 'dolfyn', 'n minder gebruiklike wisselvorm van delphinus 'dolfyn', so genoem omdat die adel van Viennois drie dolfyne op hulle familiewapen gehad het; hulle gebied is na aanleiding daarvan ook Dauphiné genoem. Dit word in 1349 afgestaan aan Philippe de Valois onder die voorwaarde dat die oudste seun van die Fr. koning tot in ewigheid die titel dauphin sou kry.
Eng. dauphin (1485), It. delfino, Port. delfim, Sp. delfin.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

dauphin (Frans dauphin)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Dauphin was vroeger de titel van den troonopvolger in Frankrijk (bij ons: Kroonprins, in Engeland: “Prins van Wales”, in Spanje: “Infant”, in Rusland: Czarewitsch). De koning schonk hem tevens als gift de provincie Dauphiné. Deze provincie was oudtijds in verschillende graafschappen verdeeld. Een der graven, nl. van ’t graafschap Albon († 1149) nam het eerst den naam Dauphin (Dalfinus) aan, niet omdat hij een dolfijn in zijn wapen voerde, maar naar een daar algemeen geliefden voornaam, die van lieverlede nu een graventitel werd. Toen een zijner opvolgers ook een ander graafschap Vien veroverde, noemden zij zich voortaan Dauphin van Viennois, en maakten zich weldra ook van de andere graafschappen, d. w. z., van de latere provincie Dauphiné, meester. In 1349 kocht de koning het land en schonk het aan den kroonprins, die daardoor “Dauphin” werd.
Op last van Lodewijk XIV werden de Grieksche en Romeinsche klassieken (voorname dichters en schrijvers) in 60 deelen uitgegeven, met weglating van alle aanstootelijke zinsneden, en wel “in usum Delphini”, d. i. ten gebruike van den Dauphin. Vandaar dat op uitgaven, waarin veel is weggelaten, die uitdrukking (in usum D.) nog wel wordt toegepast.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal