Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dan - (bijw. en voegwoord)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

dan 1 bw. ‘op die tijd, in dat geval’; vgw. na comparatief ‘als’
Onl. than (bw.) ‘op die tijd’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. dan (bw.) ‘op die tijd’ en ‘in dat geval’ [1201-1225; CG II, Floyr.], dan (na comparatief) ‘dan, als’ [1220; 1240; CG II, Aiol].
Os. than, thanna ‘daarna, dan’; ohd. danne, denne ‘daarna, dan’ (nhd. dann, denn); ofri. thenne, thenna ‘toen’ en ‘als’; oe. ðonne, ðanne, ðænne ‘toen, daarna’ (ne. then ‘toen, daarna’, than ‘dan’) en þā ‘toen’; on. þá ‘toen’ (nzw. ); got. þan ‘dan, als’; < pgm. þā-.
Met achtervoegsel -n gevormd van een voornaamwoordelijke stam pie. *to- waaruit ook → d(i)e en → dat stammen.
De bijwoordelijke functie van dan is de oorspronkelijke. Hoe het gebruik van dan na een comparatief hieruit is gegroeid is onduidelijk; dit is voor de schriftelijke overlevering gebeurd in alle West-Germaanse talen (later in het Duits weer vervangen door als, evenals in varianten van het Nederlands). Wrsch. moet men A is groter dan B historisch interpreteren als ‘A is groter, en daarna B’.
Als modaal partikel wordt dan gebruikt als aansporing aan de hoorder om de gevolgtrekking te maken uit hetgeen uit de context blijkt. De tijdsbepaling dan ‘op dat moment’ kan met verzwakt temporeel aspect gebruikt worden om een situatie aan te duiden die volgt uit wat eerder gezegd is of die uit de context blijkt. Een dergelijke gevolgtrekking is in het partikel zeer verzwakt aanwezig: Tot overmorgen dan! [1866; WNT].
Lit.: Bloem 2000, 50-55

EWN: dan 1 bw. 'op die tijd, in dat geval'; vgw. na comparatief 'als'; de betekenis 'dan, als' (na comparatief) (1220)
ANTEDATERING: bezzera than 'beter dan' [ca. 1100; ONW]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

dan1* [bijw. en voegwoord] {oudnederlands than 901-1000, middelnederlands dan(ne)} oudsaksisch than(na), oudhoogduits danne [daarna, dan], oudfries thenne, thenna [bijw. toen, voegwoord wanneer], oudengels ðanne [idem], oudnoors þā [toen], gotisch þan [dan, als]; met achtervoegsel n gevormd van een i.-e. aanwijzend vnw. waarvan nederlands de stamt.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

dan bw. en voegw., mnl. dan, danne ‘dan, daarna’, onfrank. than, os. than, thanna, ohd. danne ‘daarna, dan’, ofri. thenne, thenna bijw. ‘toen’, voegw. ‘dan, wanneer’, oe. ðonne ‘toen, daarna’ en als voegw. ‘dan, wanneer’ (ne. than, then), on. þā ‘toen’, got. þan ‘dan, als’. — Met n-suffix gevormd van de pron. stam idg. *to (zie: de), vgl. ook wanneer.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

dan bijw. (voegw.), mnl. dan, danne “dan, daarna” en na een comparatief. = onfr. than “tunc”, ohd. danne “daarna, toen” en na een compar. (nhd. dann, denn), os. than, thanna, thanne “id.”, ook voegw. “toen, als”, ofri. thenne, thenna bijw. “toen”, than voegw. “dan”, ags. ðonne “toen, daarna” en voegw. “dan, wanneer” (eng. than, then), on. þâ ”toen” (bijw.), got. þan “dan, als”. Een afl. van den idg. vnw.-stam *to-, zie de I. Got. þan en de daarmee identische vormen uit andere talen zijn niet = lat. tum, “toen, daarna”, maar moeten blijkens got. þana-mais “verder, nog” een slotvocaal verloren hebben, vgl. voor de formatie in de eerste plaats ier. can, kymr. pan “wanneer” (zie wanneer); de langere germ. vormen zijn jonger en van *þan(a) gevormd.

[Aanvullingen en Verbeteringen] dan. Voor kymr. pan en zijn bet. zie wanneer. Ier. can (in deze bet. ook kymr. pan) = “vanwaar?”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

dan. Ier. can betekent ‘vanwaar’ (v. Wijk Aanv.). Kymr. pan ‘als, wanneer’ is wegens ier. cuin ‘wanneer?’, dat op palatale eindvocaal wijst, formeel minder goed met dan te vergelijken.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

dan bijw., Mnl. dan, danne, Onfra. than + Ohd. danne, denne (Mhd. denne, Nhd. denn en dann), Ags. đonne (Eng. than, then), Ofri. thenne, On. þá. Go. þan, þana + Lat. tum en tunc (= tumce), tem in autem, item: een versteende naamval van het demonstr. (z. daar). Het Germ. w. is verlengd met een suff. en zijn n is uit m.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

dan bw., (ook:) toen, op dat tijdstip zelf. Dan heeft meester gezegd: () (Cairo 1980b: 35). - Etym.: S dan.
— : dan wat?!, wat dan nog?! Op een gegeven moment hoorde ik haar zeggen: Dan wat! Ik leef* met hem ja, dan wat! Hij kan zijn mannelijke plichten beter nakomen dan jij met je dronken kop (Dobru 1968c: 23). - Etym.: S dan san = lett. id.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

dan: in uitdr. dan en wan, “nou en dan” (v. wan); uit Hd. dann und wann.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

dan ‘bijwoord van tijd: op die tijd, in dat geval’ -> Makassaars dialect dang ‘woord dat wordt gebezigd als stopwoordje’; Menadonees dan, dang ‘woordje om een zin een vriendelijker karakter te geven’; Petjoh dan ‘tussenwerpsel: toe, vooruit nou’; Negerhollands dan ‘toen (bijwoord), evenwel’; Berbice-Nederlands dana ‘bijwoord van tijd: op die tijd, in dat geval’; Sranantongo dan ‘vervolgens, en, daarna’.

dan ‘gebruikt na vergrotende trap’ -> Fries dan ‘gebruikt na overtreffende trap’; Negerhollands dan ‘gebruikt na overtreffende trap’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

dan* bijwoord van tijd: op die tijd, in dat geval 0901-1000 [WPs]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal