Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dagvaarden - (oproepen voor het gerecht)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

dagvaarden ww. ‘oproepen voor het gerecht’
Mnl. dachvaarden ‘oproepen voor het gerecht’, maar misschien mv. van dachvaert [1353; MNW maken]; vnnl. voortroepen of dachvaerden ‘oproepen of dagvaarden’ [ca. 1500; MNW vortroepen].
Afleiding van mnl. dagvaert, dachuard [1285; CG II, Rijmb.] ‘dagreis, tocht, de voor een bijeenkomst vastgestelde dag’.
Dagvaert heeft parallellen in mnd. dachvart, dagevart en mhd. tagevart.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

dagvaarden* [oproepen voor het gerecht] {1522} van middelnederlands dachvaert [dagreis, tocht, de voor een gerechtelijke of plechtige handeling bepaalde dag].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

dagvaarden ww., sedert Kiliaen, is een ww., dat gevormd is van het oudere mnl. dachvaert ‘dagreis, termijn, tegen een bepaalde tijd uitgeschreven bijeenkomst’, mnd. dachvart, dagevart, mhd. tagevart. Het woord betekent dus ‘de vaart of tocht naar de rechtszitting’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

dagvaarden ww., sedert Kil. Van mnl. en oud-nnl.) dachvaert v. “dagreis, termijn, tegen een bepaalden dag uitgeschreven vergadering, zitting” = mnd. dachvaart, dāgevart, mhd. tagevart v. “dagreis, vergadering op een bepaalden dag”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

dagvaarden o.w., denom. van Mnl. dachvaert + Mhd. tagevart = een vaart, een reis van een dag, een bijeenkomst op een bepaalden dag.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

dagvaar ww.
Skriftelik oproep om voor die hof te verskyn.
Uit Ndl. dagvaarden (1619). Ndl. dagvaarden uit Mnl. dachvaert 'dagvaarding', maar oorspr. 'dagreis', in bg. bet. mntl. so genoem omdat jy op die dag waarop jy opgeroep word om voor die hof te verskyn, 'n reis daarheen moet aflê.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Dagen (voor ’t gerecht), letterlijk een dag voor de rechtszitting vaststellen: „onthoud je dag!” Dag kreeg hieruit de bet. van rechtszitting zelf; vgl. Dagvaart: reis naar de rechtszitting; dagvaarden: ter dagvaart oproepen. Ook dading, bijv. „een dading aangaan”, behoort hierbij; ’t staat voor ’t Mnl. dagedinc of dagedingh = rechtsgeding, proces op een bepaalden dag. Zie Verdedigen en Ding.

Dagen (voor ’t gerecht), letterlijk een dag voor de rechtszitting vaststellen: „onthoud je dag!” Dag kreeg hieruit de bet. van rechtszitting zelf; vgl. Dagvaart: reis naar de rechtszitting; dagvaarden: ter dagvaart oproepen. Ook dading, bijv. „een dading aangaan”, behoort hierbij; ’t staat voor ’t Mnl. dagedinc of dagedingh = rechtsgeding, proces op een bepaalden dag. Zie Verdedigen en Ding.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

dagvaarden ‘oproepen voor het gerecht’ -> Papiaments dagfar (ouder: dagvaar) ‘oproepen voor het gerecht’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

dagvaarden* oproepen voor het gerecht 1522 [WNT relievement]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut