Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dag - (ponjaard, voegijzer)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

dag2, dagge [ponjaard, voegijzer] {dagge [korte degen] 1351-1400; als ‘voegijzer’ 1863} evenals engels dagger < frans dague < oudprovençaals dague of italiaans daga, uit het keltisch → degen2.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

dag 2 znw. v. ‘ponjaard’ ook verouderd dagge, mnl. dagge < fra. dague. — Zie verder: degen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

dag 3 v. (wapen), Mnl. dagghe, degghe, gelijk Eng. dag(ger), Fr. dague, Bret. dag, Gaël. daga, We.. dagr, Ier. daigear. uit Mlat. dagua = Dacisch zwaard (z. ook degen).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

dagge ‘dolk’ -> Zweeds daggert ‘soort lange dolk, of kort steekzwaard’ (uit Nederlands of Engels).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

dag ponjaard, korte degen 1351-1400 [MNW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut