Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cyclisch - (een cyclus vormend)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

cyclus zn. ‘tijdkring; reeks verhalen etc.
Vnnl. cyclus Solaris ‘zonnekring’, cyclus Lunaris ‘maankring’ [1663; Meijer II]; nnl. cyclus ‘kring, tijdkring’ [1824; Weiland], ‘reeks’ in de cyclus der profetische geschriften [1890; WNT tendenz], Beethoven-Cyclus [1911; WNT tekst].
Via Latijn cyclus ‘kring, kringloop’ ontleend aan Grieks kúklos ‘wiel; kring, kringloop’, Indo-Europees verwant met → wiel.
cyclisch bn. ‘als een cyclus’. Nnl. cyclische lichamen [1880-84; WNT kurk]. Afleiding met → -isch.

EWN: cyclus zn. 'tijdkring; reeks verhalen etc.' (1663)
ANTEDATERING: mnl. "Ciclus", spacium van etzlichen jaren in sych weder comende na sommigen getal 'cyclus, periode van enkele jaren, bij zichzelf terugkomend na een bepaald aantal jaren' [1477; iMNW somich]
EWN: ♦ cyclisch bn. 'als een cyclus' (1880-84)
ANTEDATERING: de Ciclische of Circlische … calculatien omtrent het Paeschfeest 'de cyclische of circulaire berekeningen van de paasdatum' [1722; Amsterdamse courant (KB) 12/12]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cyclisch [een cyclus vormend] {1847} van cyclus.

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Cyclisch (Lat. cýclicus = Gr. κυκλικός (kyklikós) = kringvormig; cycle). Kringvormig, in een kring liggend; volgens een cyclus.

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Cyclisch (< Gr. κύκλος = cirkel). 1) Op de wijze van een cirkel; in het rond. Vb. cyclische verwisseling. 2) Met den cirkel samenhangend. Vb. cyclische punten = isotrope punten. 3) Cirkelvormig. Vb. cyclische doorsneden van een tweede-graads-oppervlak.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

cyclisch ‘een cyclus vormend’ -> Indonesisch siklis ‘een cyclus vormend’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

cyclisch een cyclus vormend 1847 [KKU]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut