Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cursus - (leergang)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

cursus zn. ‘leergang’
Nnl. cursus ‘reeks lessen’ [1804; WNT vermakelijk], ‘leergang’ [1823; WNT redekavelen].
Ontleend aan Latijn cursus ‘(snelle) loop, rit, loopbaan, reis, koers’, bij het werkwoord currere (verl.deelw. cursus) ‘lopen’, zie → coureur. In het middeleeuws Latijn was cursus de naam voor een reeks van voorgeschreven gebeden. De term werd later overgebracht naar de universiteiten als aanduiding voor een reeks colleges.
cursist zn. ‘deelnemer aan een cursus’. Nnl. cursist ‘id.’ [1946; WNT tuig]. Afleiding van cursus, maar mogelijk ook aan het Duits ontleend.

EWN: cursus zn. 'leergang' (1804)
ANTEDATERING: myn tweede "Cursus" der Heelkundige Bewerkingen [1733; Ulhoorn, 165]
EWN: ♦ cursist zn. 'deelnemer aan een cursus' (1946)
ANTEDATERING: kursisten '"kategorie nihilistische vrouwen" die (in Kiev) speciale cursussen hebben gevolgd' [1879; Bataviaasch handelsblad (KB) 9/8]
Later: "de cursisten" 'degenen die een cursus (hier: handenarbeid) volgen' [1881; NvdD 18/8] (EWN: 1946)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cursus [leergang] {1804} < latijn cursus [(snelle) loop, wedloop, wedren; (loop)baan, richting, koers, reis; reeks, opeenvolging], van currere (verl. deelw. cursum) [(hard) lopen] (vgl. corsa, corso, courses, koers).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

cursus (Latijn cursus)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

cursus ‘leergang’ -> Indonesisch kursus ‘leergang’; Javaans kursus ‘leergang’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

cursus leergang 1804 [WNT vermakelijk] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut