Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cultuur - (bebouwing van de grond, verbouw; beschaving; kweek (van bacteriën enz.))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

cultuur zn. ‘bebouwing van de grond, verbouw; beschaving; kweek (van bacteriën enz.)’
Vnnl. tot cultur ... gebrocht ‘in cultuur gebracht’ [1544; WNT]; nnl. cultuur ‘veldbouw’ [1701-1717; WNT plantage], culture (van zijderupsen) ‘kweek van diertjes’ [1728; WNT Supp. aanvallen], cultuur ‘beschaving’ [1800; WNT verheffen], cultuur ‘kweek van bacteriën’ [1906; WNT vaccine].
Via Frans culture ‘bebouwing van de grond’ [ca. 1300] ontleend aan Latijn cultūra ‘verzorging, bebouwing, veldbouw, vorming, veredeling’ bij het werkwoord colere (verl.deelw. cultus) ‘verbouwen; bewonen; (religieus) vereren’, bij de wortel pie. *kwel- ‘draaien’, verwant met → hals en → wiel. Oorspr. was het een woord dat betrekking had op land- en tuinbouw, als nog in samenstellingen als agricultuur, horticultuur, en in uitdrukkingen als in cultuur brengen ‘ontginnen’. Sinds het eind van de 17e eeuw werd het woord in het Frans ook overdrachtelijk gebruikt voor beschaving, cultuur heeft dan betrekking op de geestelijke ontwikkeling en vervolmaking van het individu. Uit het Frans is het woord in deze betekenis in bijna alle Europese talen ontleend.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cultuur [bebouwing, beschaving] {1544} < frans culture [idem] < latijn cultura [landbouw, verzorging, beschaving], van colere (verl. deelw. cultum) [het land bebouwen, verzorgen, koesteren, vereren].

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

kolonie

Het Latijnse woord colonia betekende: een stad door de Romeinen gesticht en in belangrijke mate bevolkt, met de bedoeling het omliggende land te bebouwen en het rijk te beveiligen. Vandaar is kolonie gaan betekenen: volksplanting die geregeerd wordt door een elders liggende staat, maar ook: volksplanting in een onontgonnen gebied. Zo kennen wij de veenkolonies in Drente en Groningen. Ook noemt men een tot een bepaalde natie behorende groep inwoners van een vreemde stad wel een kolonie en spreekt dus van de Nederlandse kolonie in New York of Wenen. Het woord colonia is afgeleid van een Latijns werkwoord colere dat: verzorgen, bebouwen betekende. Een vorm van dit werkwoord leverde het woord cultuur op.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

cultuur znw. v. < fra. culture ‘bebouwing van de grond; beschaving’ < lat. cultura. De innerlijke beschaving van een mens werd dus vergeleken bij een goed behandelde akker.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

cultuur ‘beschaving’ (Latijn cultura); ‘bebouwing van de grond’ (Frans culture)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

cultuur ‘bebouwing; beschaving’ -> Indonesisch kultur ‘beschaving’; Sranantongo culturu, kulturu ‘beschaving’; Surinaams-Javaans kultur ‘bebouwing’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

cultuur bebouwing 1544 [WNT] <Frans

cultuur beschaving 1824 [WEI] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut