Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

culmineren - (zijn toppunt bereiken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

culmineren ww. ‘zijn toppunt bereiken’
Nnl. culmineren ‘de meridiaan doorsnijden, (van hemellichamen) de hoogste stand bereiken’ [1824; Weiland], ‘de grootste hoogte bereikt hebben’ [1872; Dale].
Ontleend aan Frans culminer ‘zijn toppunt bereiken’ [1751] of eerder nog direct aan Latijn culmināre ‘zijn toppunt bereiken’ bij het zn. culmen (genitief culminis) ‘hoogste punt, top’, met een oudere vorm columen, bij de wortel pie *kel-, zie → hil ‘heuvel’.
In het middeleeuws Latijn werd dit woord gebruikt in de sterrenkunde om aan te geven dat de hoogste stand van een hemellichaam werd bereikt; de betekenis wordt later in het Nederlands en ook in andere talen steeds meer tot andere terreinen uitgebreid.

EWN: culmineren ww. 'zijn toppunt bereiken' (1824)
ANTEDATERING: vnnl. de Mane culmineerde daar 'de maan bereikte daar de hoogste stand' [1690; Fullenius, 35]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

culmineren [zijn toppunt bereiken] {1847} < frans culminer < latijn culminare, van culmen [het hoogste punt, kruin, top, spits], van columen [top, pilaar], verwant met columna [kolom].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

kulmineer ww.
1. (sterrekunde) Deur die meridiaan gaan. 2. Hoogtepunt of klimaks bereik.
Uit Ndl. culmineren (1847 in bet. 1) of Eng. culminate (1647 in bet. 1, 1659 in bet. 2).

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1964), Vreemde woorden in de sterrenkunde, 2e druk, Groningen

Culmineren (= Fr. culminer; < Lat. culmen = top, hoogste punt). De grootste hoogte bereiken (bij de doorgang van een ster door de meridiaan). De oorspronkelijke betekenis is langzaam verloren gegaan, zodat culmineren de betekenis heeft gekregen: doorgaan door de meridiaan.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

culminatie ‘hoogtepunt’ -> Indonesisch kulminasi ‘hoogtepunt’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

culmineren zijn toppunt bereiken 1847 [KKU] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut