Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

Culemborg - (geografische naam)

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

Culemborg (Culemborg, Gl)
1281 in Kulenburg1, 1281 castrum dictum Culenburgh, -borch1, ca. 1305 op Kulenborch2, 1353-1354 Culenborgh3, 1363-1364 Colemborch, Culemborch4, 1472 Culemborch5; borg, burg 'versterkte plaats, burcht' aan de kuil, in het rivierengebied een synoniem voor waal, wiel en kolk 'diepe ronde plas, veelal ontstaan bij dijkdoorbraak'. Vergelijk nog ter plaatse aan de Achterweg de Hoolcule of Hoolcuyl, met hool 'hol, diep', nu de Hoge Kuil geheten. In 1271 kocht Hubert van Beusichem een hoeve land van de proost van Oud-Munster te Utrecht en bouwde hij het kasteel Culemborg. Stadsrechten in 1318. De uitdrukking naar Kuilenburg vertrekken betekent 'bankroet gaan'.
Lit. 1NGN 3 (1893) 159, 2Melis Stoke VI 155, 3Jappe Alberts 1967 I 9, 4Jappe Alberts 1967 I 221, 5NGN 3 (1893) 159.

Hosted by Meertens Instituut