Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

crinoline - (hoepelrok)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

crinoline [hoepelrok] {1861} < frans crinoline < italiaans crinolina [idem], van crino [paardenhaar] < latijn crinis [haar] (vgl. crin) + linum [vlas, linnen] (vgl. linnen).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

crinoline znw. v., 19de eeuw < fra. crinoline ‘hoepelrok’ < ital. crinolino, samengesteld uit crino ‘paardehaar’ en lino ‘linnen’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

krinolien s.nw.
1. Stywe materiaal wat o.a. as tussenvoering en by die maak van hoede gebruik word. 2. Stywe onderrok van krinolien (krinolien 1), veral in die 19de eeu gedra om 'n rok wyd te laat uitstaan.
Wsk. uit Eng. crinoline (1830 in bet. 1, 1851 in bet. 2).
Fr. crinoline, It. crinolina, Ndl. krinolien, crinoline.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

krinolien: stywe voeringstof; Ndl. crinoline/krinoline, Eng. en Fr. crinoline (Fr. crin, “(perde)haar”, uit Lat. crinis, “haar”, en linum, “(vlas)draad”) – in Ndl. vroeër: “stywe onderrok om onder hoepelrok te dra”.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

crinoline hoepelrok 1859 [Multatuli, Max Havelaar, 184] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut