Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

criminaliteit - (misdadigheid)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

crimineel bn., zn. ‘misdadig, betreffende de misdaad; misdadiger’
Mnl. crimineelen (bn. mv.) ‘misdadige’ [1460-80; MNW-R], allen saken crimineel ende civil ‘alle strafrechtelijke en civiele zaken’ [1470; MNW aennopende]; vnnl. crimineel ‘strafrechtelijk, de misdaad betreffende’ [1521; WNT Supp. amende]; nnl. den Crimineelen (zn.) [1740; WNT pijnbank I]. Eerder al als crimineellijc ‘lijfstraffelijk’ [1452; MNW]. Bijwoordelijk in zeer overdrachtelijke zin ook ‘zeer’: hij is crimineel dronken [1872; Dale].
Ontleend aan Frans criminel < Latijn crīminālis ‘met een misdaad in verband staand’, een afleiding bij het zn. crīmen (genitief crīminis) ‘misdaad’.
criminaliteit zn. ‘misdadigheid’. Nnl. criminaliteit “strafwaardigheid, misdadigheid” [1865; Kramers]. Ontleend aan Frans criminalité, dat teruggaat op middeleeuws Latijn criminalitatem (accusatief van criminalitas) ‘misdadigheid’ of direct uit het middeleeuws Latijn overgenomen.. ♦ crime zn. ‘schande’. Mnl. crime ‘misdaad’ [1483; MNW wechlopen]; vnnl. crime ‘misdaad’ [1570; WNT kerkrooverij], crime ‘iets schandelijks of onaangenaams’ [1620; WNT rekenen I]. Ontleend aan Frans crime ‘misdaad’ [1160] < Latijn crīmen ‘id.’. Nu komt alleen nog de overdrachtelijke betekenis voor. Ze bestaat ook in het Frans (c'est un crime) en is daar mogelijk door beïnvloed.

EWN: crimineel bn., zn. 'misdadig, betreffende de misdaad; misdadiger' (1460-80)
ANTEDATERING: criminele punytie 'lijfstraf' [1452; iMNW uteseggen]
EWN: ♦ criminaliteit zn. 'misdadigheid' (1865)
ANTEDATERING: onder voorwendzel van criminaliteit [1707; E.Mercurius 1, 147]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

criminaliteit [misdadigheid] {1865} < frans criminalité < middeleeuws latijn criminalitatem, 4e nv. van criminalitas, van latijn criminalis, van crimen (vgl. crimineel).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

criminaliteit ‘misdadigheid’ -> Indonesisch kriminalitas, kriminalitét ‘misdadigheid’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

criminaliteit misdadigheid 1865 [KVW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal