Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

crèche - (kinderdagverblijf)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

crèche zn. ‘kinderdagverblijf’
Nnl. crèche ‘kinderbewaarplaats, kraamhuis’ [1881; WNT Aanv.], crêche ‘kinderdagverblijf’ [1896; WNT Aanv.].
Ontleend aan Frans crèche ‘kinderdagverblijf’ [1887; Rey], eerder ‘kraamhuis’ [ca. 1785; Rey], ‘kerststal’ [1803; Rey], in deze betekenis wrsch. ouder en dan ontwikkeld uit ‘voederbak waarin Christus ligt’ [1223], ‘voederbak voor dieren’ [1120], ontleend aan Frankisch *kripja, leenvertaling van Latijn praesepe ‘krib, ruif, stal’. Zie het inheemse → krib(be), dat in het BN in de samenstelling kinderkribbe het gewone woord is voor NN crèche.
De betekenissen ‘kraamhuis’ en ‘kinderdagverblijf’ zijn ontstaan naar aanleiding van het kerstgebeuren.

EWN: crèche zn. 'kinderdagverblijf' (1881)
ANTEDATERING: "crèches", of inrigtingen tot bakering en verzorging van hulpbehoevende jonggeboren kinderen [1846; Arnhemsche courant (KB) 30/1]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

crèche [kinderbewaarplaats] {1901-1925} < frans crèche, uit het germ., vgl. krib.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

crèche (zn.) kinderbewaarplaats; Nuinederlands creche <1881> < Frans crèche.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

crèche s.nw.
Bewaarplek of dagsentrum waar kinders versorg en gevoed word terwyl die ouers buitenshuis moet wees.
Eerder uit Eng. crèche (1854) as uit Ndl. crèche (1901 - 1925). Reeds in 1950 in dié bet. in WAT opgeneem.
Eng. crèche uit Fr. crèche uit Oudfrans creche 'krip, eetbak' of Provensaals crépia wat teruggaan op Oudhoogduits (Frankies) *kripja 'krip, wieg' en mntl. verband hou met die krip in die stal waar Christus gebore is. Indien wel, hou dit dan wsk. ook verband met Ndl. krib(be) en Eng. crib in die ouer bet. van o.a. 'mandjie, vlegwerk, eetbak, krip'.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

crèche: “kinderbewaarplek”; via Ndl. of Eng. uit Fr. crèche (wat blb. self via Ofr. cresche of Prov. crépia teruggaan op Ohd. kripja, “krip”, en mntl. verb. hou m. die krip in die stal waarin die Christuskind gebore is, indien juis, dan wsk. ook verb. m. Ndl. krib(be) en Eng. crib, met ouer bet. o.a. “mandjie; vlegwerk; eetbak; krip”).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

crèche (Frans crèche)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

crèche ‘kinderbewaarplaats’ -> Papiaments krèsh ‘kinderbewaarplaats’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

crèche kinderbewaarplaats 1881 [Aanv WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut