Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cowboy - (veedrijver)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

cowboy zn. ‘veedrijver’
Nnl. cowboy [1899; Woordenschat].
Ontleend aan Amerikaans-Engels cowboy [1725], samenstelling van cow ‘koe’, zie → koe, en boy ‘jongen’, zie → boy, eigenlijk ‘koeienjongen, koeherder’. Het woord is populair geworden door vertellingen en films over het (wilde) Westen van Amerika en is een internationale term geworden, ook bijv. Frans cow-boy; Duits Cowboy; Italiaans cow-boy.

EWN: cowboy zn. 'veedrijver' (1899)
ANTEDATERING: Cow-boy 'knecht van een veehouder' [1881; NvdD 26/12]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cowboy [veedrijver] {1901-1925} < engels cowboy, van cow [koe] + boy [jongen] (vgl. boy1), dus lett. ‘koeienjongen’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

cowboy s.nw.
1. (veral in die weste van die V.S.A.) Manlike persoon wat gehuur word om na groot beeskuddes om te sien en baie van sy take te perd uitvoer. 2. Manlike persoon wat tydens 'n rodeovertoning sy vaardighede as perderuiter, kalfvanger, ens. ten toon stel. 3. (sleng) Iemand wat roekeloos en vinnig met 'n voertuig ry. 4. Iemand wat binne saketransaksies en sodanige situasies roekeloos en ondeurdag optree.
Uit Amer.Eng. cowboy (1849 in bet. 1, 1942 in bet. 3, 1972 in bet. 4). In bet. 1 reeds in 1950 in WAT opgeneem, maar word tans veral in bet. 3 en 4 gebruik, synde ook die jongste betekenisontwikkelinge in Eng.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

cowboy: 1) (onder wielrenners) sprinter die in de finale op een brute manier de anderen voorbijgaat; een renner die niets en niemand ontziet (vooral in de gevaarlijke massasprints), slordig tekeergaat in ‘waaiers’; een waaghals; wegpiraat onder de renners. Greg Lemond kreeg als bijnaam ‘De cowboy’.

Van Berkel, die cowboy, die kan absoluut niet sturen en het kan hem niet schelen ook. (Tim Krabbé, 43 wielerverhalen, 1984)
De Amerikanen bleken in de wielerronde van Zwitserland toch iets betere ‘cowboys’ dan de renners van de formatie-Post. (NRC Handelsblad, 26/06/1987)

2) knoeier, iemand die zijn vak op een onverantwoorde manier uitoefent. Eigenlijk: het Engelse woord voor ‘koejongen’: een paardrijdende veedrijver in het (midden)westen van de Verenigde Staten. Hij staat vaak model voor het ideale mannentype, zoals ons dat werd voorgeschoteld in talrijke Amerikaanse films die zich afspelen in het Wilde Westen. Het woord kreeg de laatste decennia een spottend-ironische ondertoon. Niet zelden wordt er een onbehouwen, provocerende en agressieve opschepper mee aangeduid. Oud-president Ronald Reagan werd door zijn tegenstanders doorgaans afgeschilderd als een celluloid cowboy.

Leer ze me kennen, de pluggers. Cowboys van het vinyl zijn het. Airplay is alles. (Henk Spaan, Kermis op de dam, 1983)
De cowboys mogen binnenkort inpakken: er komt een shake-out waarna alleen professionele providers overeind zullen blijven. (Computer Magazine, februari 1997)
Amerikaanse ‘cowboys’ en Britse ‘Tommies’ houden er in Irak zo hun eigen werkwijze op na. Over en weer klinken steeds vaker geluiden van onbegrip. Dat is ook merkbaar wanneer het gaat om het naoorlogse Irak. (De Groene Amsterdammer, 12/04/2003)

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

cowboy (Engels cowboy)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

cowboy ‘veedrijver’ -> Indonesisch koboi ‘veedrijver’ (uit Nederlands of Engels).

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

colt [bepaald type revolver] (1899). Taco H. de Beer en E. Laurillard vermeldden in 1899 als eerste het woord colt in hun Woordenschat, verklaring van woorden en uitdrukkingen. Met hun Woordenschat wilden De Beer en Laurillard een Nederlandse tegenhanger maken van Brewers beroemde Dictionary of Phrase and Fable uit 1870. Zij streefden ernaar alleen zaken op te nemen die door andere lexicografen over het hoofd zijn gezien. Het boek vormt een rijke bron voor Bargoens, citaten en allerlei curieuze weetjes. Trefwoorden die voor zover bekend niet in eerdere woordenboeken zijn opgenomen, zijn bijvoorbeeld colt, corduroy, cowboy, curriculum, feminisme, geheid, glossolalie, jaeger, joetje, jumbo, kefir, levitatie, lingua franca, lucullusmaal, maffen, mezoeza, pullman, raglan, raiffeisenbank, sèvres, sjoel en stradivarius.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

cowboy veedrijver 1899 [DBL] <Engels

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

cowboy, bij wielrenners een pejoratieve aanduiding voor een sprinter die in de finale op een brute manier de anderen voorbijgaat; een renner die niets en niemand ontziet; een waaghals.

Van Berkel, die cowboy, die kan absoluut niet sturen en het kan hem niet schelen ook. (Tim Krabbé: 43 Wielerverhalen, 1984)
De Amerikanen bleken in de wielerronde van Zwitserland toch iets betere ‘cowboys’ dan de renners van de formatie-Post. (NRC Handelsblad, 26/06/87)
De meeste profs waren tweederangs coureurs; ‘cowboys’, die kansloos waren om voor nationale amateurselekties in aanmerking te komen en zich enkel konden onderscheiden door het bezit van een proflicentie. (Wieler Revue, 27/05/88)
Daardoor kon Gaul met zijn ‘cowboys’ in de vlakke ritten de koers heel moeilijk kontroleren. (Wieler Revue, 10/06/88)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut