Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

coulance - (tegemoetkomend zijn)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

coulant bn. ‘tegemoetkomend’
Nnl. coulant ‘vloeiend, gemakkelijk’ [1806-09; WNT snert], ‘luchtig’ [1806-07; WNT dier I], ‘toegevend, gedienstig’ [1872; WNT Aanv.].
Ontleend aan Frans coulant ‘vloeiend’ [12e eeuw], ‘gemakkelijk, natuurlijk (van stijl)’ [16e eeuw], ‘tegemoetkomend’ [18e eeuw], het teg.deelw. van couler ‘stromen, vloeien, gieten’ < Latijn cōlāre ‘filtreren, uitlekken, dempen’, een afleiding van het zn. cōlum ‘filter’.
coulance zn. ‘coulantheid’. Nnl. coulance ‘tegemoetkoming, coulantheid’ [1956; Kolsteren]; als bn. al eerder in de samenstelling coulancehalve ‘als tegemoetkoming, uit coulantheid’ [voor 1940; Veenhoff]. Pseudo-Frans woord, wrsch. ontleend aan Duits Coulance [19e eeuw] (> Kulanz), dat bij het bn. gevormd is naar analogie van paren als assekurant: Assekuranz.
Lit.: A. Veenhoff (1990) ‘Coulancehalve (2)’, in: OT 59, 172

EWN: coulant bn. 'tegemoetkomend' (1806-09)
ANTEDATERING: in die coulante Verhandeling 'in die welwillende verhandeling' [1752; Jaerboeken 2, 1314]
EWN: ♦ coulance zn. 'coulantheid (1956)
ANTEDATERING: de coulance en vlugheid waarmede zij deze zaak behandelde [1886; Java-bode (KB) 9/2]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

coulance
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut