Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

corselet - (combinatie korset en bustehouder)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

corselet zn. ‘combinatie korset en bustehouder’
Vnnl. corselet ‘borstharnas, pantserlijf’ [1563; WNT pansijzer]; nnl. corselet ‘combinatie korset en bustehouder’ [1940; Verschueren].
Ontleend aan Middelfrans corselet ‘licht borstharnas’ [1450] < ‘lijfje’ [1250-1300], verkleinwoord van Oudfrans corsel, dat weer een verkleinwoord is van cors ‘lijf’ < Latijn corpus, zie → corpus.
De huidige betekenis is in de 20e eeuw opnieuw ontleend aan het Engels corselette, dat het eveneens aan het Frans had ontleend en waar het in de eerste helft van de 20e eeuw de betekenis ‘combinatie beha en korset’ [1926; OED] kreeg.

EWN: corselet zn. 'combinatie korset en bustehouder' (1563)
ANTEDATERING: corseletten, pansyseren, schilden [1559; Ordonnanciën, 379]
Later: corselet 'zeker kledingstuk voor vrouwen' in: vrouwen met bretellen en corselet [1861; Nieuw Amsterdamsch handels- en effectenblad (KB) 23/12] (EWN: 1940)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

corselet [combinatie van korset en bustehouder] {1926-1950, ouder in de betekenis ‘(krijgsman met) borstharnas’ 1579} < frans corselet [borstharnas], verkleiningsvorm van oudfrans cors (vgl. corsage).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

korselet s.nw.
Kledingstuk wat 'n kombinasie is van 'n korset en 'n buustelyfie, deur vroue gedra om die postuur te vorm.
Uit Eng. corselette (1926) of Ndl. corselet (1940).
Eng. corselette en Ndl. corselet uit Fr. corselet, met corset as wisselvorm, die verkleinw. van Oudfrans cors, met lg. uit Latyn corpus 'liggaam, lyf'.
It. corsaletto, Sp. corselete.
Vgl. corsage, korset.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

corselet combinatie van korset en bustehouder 1950 [GVD] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut