Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

corpsbal - (lid van het studentencorps (denigrerend))

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

corpsbal, corpspik: onaangenaam (mannelijk) corpslid die bekakt praat, zich rumoerig gedraagt, doorgaans niet in politiek is geïnteresseerd en stereotiep corporaal gedrag vertoont. De term slaat op een ouderejaars, die binnen het corps meer rechten heeft dan de jongere leden. Tegenwoordig vaak verkort tot bal*.

Daarmee hangt samen het bezigen van woorden, die voor het maatschappelijk verkeer taboe zijn, die hij leert in de groentijd, wanneer hij in het verenigingsleven, in de ‘groep’ wordt opgenomen; metaforen uit het orale en anale stadium: ‘fluim’; ‘populaire drol’; ‘uit zijn boord - , van de sokken lullen’; ‘lullekoek’; ‘corpspik’ e.a. ad libitum. (Studenten van haver tot gort, 1957)
Ik herinner me ook een Jan, die in ’48 op de soos van het VU-corps alle rolspelende ‘corpspikken’ die hem hadden binnengehaald om ’n goeie grap te beleven, in een mum van tijd tot collectief schateren bracht – en tot zwijgen. (Haagse Post, 06/09/1986)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut