Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

controleren - (inspecteren, beheersen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

controle zn. ‘inspectie’
Mnl. die hilt de contre role van der rekeninghe ‘die het toezicht hield op ...’ [1391-93; Debrabandere 1994]; vnnl. conterolle van all tgunt daer ontfangen zal werden ‘controle, toezicht op al hetgeen ontvangen zal worden’ [1571; WNT regres], contre-rolle ‘controleregister’ [1599; WNT contrarol], contrerol ‘teghenboeck’ [1663; Meijer], contrarol [1669; Meijer].
Ontleend aan Middelfrans contre-rôle (later Frans controlle [1422]), eigenlijk ‘tegenregister (ter controle van het originele register)’, van contre ‘tegen’ (zie → contra) en rôle ‘rol, register, lijst’ < middeleeuws Latijn rotulus ‘rol perkament’, een afleiding van Latijn rota ‘wiel, rad’.
controleren ww. ‘inspecteren; beheersen’. Vnnl. controlueren ‘nagaan’ [1548; WNT], controleren ‘in het oog houden’ [1569; WNT slechts], conterolleuren ‘in het oog houden, afkeuren’ [1590; WNT] (de vormen met eu/ue onder invloed van het zn. controleur). Ontleend aan Frans contre roller [1310], controoler [1446]. In de 20e eeuw heeft het werkwoord de betekenis ‘beheersen’ ontleend aan Engels control ‘beheersen’ [1495 in die betekenis]. ♦ controleur zn. ‘inspecteur’. Mnl. controleur mijns heeren van Bourgoengne ‘ambtenaar belast met toezicht (met name op geldelijk beheer) van mijn Heer van Bourgogne’ [1403; Debrabandere 1994]; vnnl. contrarolleur [1523; WNT refectie], contrerolleur [1593; WNT voor II], controlleur [1599; WNT contrarol]. Ontleend aan Oudfrans contre roullour [1292], controlleur [1320] bij contre-rôle.
Lit.: Debrabandere 2000, 142-143

EWN: ♦ controleren ww. 'inspecteren; beheersen' (1548)
ANTEDATERING: controlueren 'berispen' [ca. 1516; iWNT volvoeren]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

controleren ‘inspecteren’ (Frans contrôler); ‘beheersen’ (Engels to control)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

controleren ‘inspecteren’ -> Ambons-Maleis kontrolér ‘inspecteren’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

controleren inspecteren 1548 [WNT] <Frans

controleren beheersen 1945 [Onze Taal dec.] <Engels

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

controleren (onder invloed van Eng. to control, in deze zin gebruikt), beheersen; dicteren; zijn wil opleggen. Vooral in de sport.

Mede door het warme weer en de afwezigheid van vedetten met voldoende autoriteit om de koers te controleren, was het wedstrijdverloop uiterst grillig... (Benjo Maso: Het zweet der goden, 1990)
De Rokado’s controleerden de koers. (Ron Couwenhoven: Wielerklassiekers, 1990)
Daar heb je ook geen ploeg meer die de koers gaat controleren. (Nieuwe Revu, 16/07/92)
Klassementleider Miguel Indurain verkeert in zijn favoriete positie. ‘Ik kan me beperken tot het controleren van de koers...’ (De Volkskrant, 11/07/95)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut