Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

contrast - (tegenstelling)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

contrast zn. ‘tegenstelling’
Nnl. contrast [1776; WNT].
Ontleend aan Frans contraste ‘tegenstand, discussie’ [1580], ‘schilderkundig contrast’ [1580], of als schildersterm rechtstreeks uit Italiaans contrasto ‘tegenstelling, tegenstand’ [begin 14e eeuw], ‘schilderkundig contrast’ [1519], afleiding van het werkwoord contrastare ‘in tegenstelling staan’ < middeleeuws Latijn contrastare ‘bestrijden’, van Latijn → contra ‘tegen’ en stāre ‘staan’. Ook Duits Kontrast, Engels contrast, Russisch kontrast.
contrasteren ww. ‘een tegenstelling vormen’. Nnl. contrasteeren [1774; WNT tragicomedie]. Ontleend aan Frans contraster [1669] < Italiaans contrastare [1292].

EWN: contrast zn. 'tegenstelling' (1776)
ANTEDATERING: een natuurlyke en gemakkelyke "contraste" en de beweegingen, "contrasten", en "contorsien" der beelden [1707; De Lairesse 1, 387 en 400]
Later: 't "Contrast" (verscheidenheid) (in de schilderkunst) [1747; Maandelyksche 2, 103] (EWN: 1776)
EWN: ♦ contrasteren ww. 'een tegenstelling vormen' (1774)
ANTEDATERING: hoe zy "Contrasteeren" [1707; De Lairesse 1, 45]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

contrast [tegenstelling] {1785} < frans contraste < italiaans contrasto [tegenstelling, tegenstand], van middeleeuws latijn contrastare [bestrijden], van latijn contra [van de tegenovergestelde kant, tegenover, tegen] + stare [staan, opgesteld zijn].

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Contrast (= Fr. contraste; M.E. Lat. contrástum = twist; contrastáre = twisten; < → contra-, + stáre = staan; lett. tegenover (iemand) staan). Tegenstelling; b.v. van verlichtingssterkte.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

contrast ‘tegenstelling’ -> Indonesisch kontras ‘tegenstelling’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

contrast tegenstelling 1785 [WNT voorschijn] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut