Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

contra - (tegen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

contra vz. ‘tegen’
Mnl. als voorvoegsel in samengestelde zn. met de betekenis ‘tegen-’, contrafeyten [1477; Teuth.]; vnnl. als los woord, de snijdersghilde contra de schomakersghilde twystig ‘heeft een geschil met, voert strijd tegen’ [1554; WNT twistig], soo tot defensie als contra ‘zowel ter verdediging als omgekeerd’ [1659-73; WNT schelden I], maar Meijer 1663 kent alleen samenstellingen als contrabalanseren, contrapunt, contratesteren, evenals Koerbagh 1668, bijv. contrabrief ‘tegenbrief’.
Ontleend aan Latijn contrā ‘tegen, tegenover’, comparatief van → com- ‘samen, met’, zoals extrā bij ex en intrā bij in; het comparatiefsuffix intensiveert doordat het een contrastieve betekenis heeft, pie. *-(t)ero ‘(meer) aan de ... kant’.
In de jaren 1980 is het zn. contra ‘opstandeling in Nicaragua’ opgekomen, als afkorting van contrarevolutionair, wrsch. via het Engels van de internationale pers en uiteindelijk uit het Spaans.

EWN: contra vz. 'tegen' (1477)
ANTEDATERING: contra wilsin ghecocht 'van Wilsin gekocht' [1298; CG I, 2504]
Later: de supplicacie van W. contra capitle van Veurne 'het verzoekschrift van W. tegen het kapittel van Veurne' [1370-78; iMNW redeninge] (EWN: 1554)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

contra [tegen] {1555} ook als voorvoegsel < latijn contra [tegenover, tegen], vergrotende trap van com [samen], eigenlijk een samenzijn van twee, vis-à-vis.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

contra (Latijn contra)
contra- (Latijn contra-)
contra’s (Spaans contras)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Contra- (Lat.; praep. en eerste lid in samenstellingen met de betekenis: tegen, tegenover). Tegen-; b.v. contragewicht (liever tegengewicht), contrastekker.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

contra ‘tegen’ -> Indonesisch kontra ‘tegen’; Javaans kontra ‘tegen; tegenstander; vechten tegen’; Menadonees kontra ‘tegen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

contra voorzetsel 1555 [WNT wijnschrading] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut